Ongewassen, Familie

Uit FamilieWiki
Versie door Thomas (Overleg | bijdragen) op 26 feb 2017 om 17:58
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
De Ongewassens hebben zeebenen en zoeken het rollen en het stampen van 18e eeuwse schepen op; Jan Jansz. is varensgezel, zijn zoon Pieter is schipper op Enkhuizen, en zijn kleinzoon Eldert gaat als derdewake (3e stuurman) naar Indie. Twee andere mogelijke kleinkinderen zijn 2e stuurman, respectievelijk opperstuurman, op schepen zoals deze Den Ary uit 1725, NIET aan hen gerelateerd. Getuigd scheepsmodel, Scheepvaartmuseum Amsterdam.
Afstamming: hoe de families in elkaar oplossen naar boven toe
Ekker
Stork
Craan
Breekpot
Ongewassen
Voltelen

Deze pagina beschrijft de voorouders van Margaretha Sophia Ongewassen (1715), dochter van Eldert Ongewassen (1687). Zij is voorouder van Elizabeth Frederika (Bob) Ekker. Door haar huwelijk met Cornelis Breekpot (1710) verdwijnt de achternaam Ongewassen bij haar verdere nakomelingen.

De achternaam Ongewassen betekende in die tijd 'onvolgroeid'; zonder bad was je ‘ongewasschen’.

Inhoud

Jan Jansz. Ongewassen (1631/32)

Jan Jansz. Ongewassen is geboren tussen 1631 en 1632 in Middelburg. Hij huwt Aaltje Pietersdr. in 1655, geboren tussen 1626 en 1627 in Amsterdam. Pieter Jansz. Ongewassen (1658, Amsterdam - 1713, Amsterdam) is hun kind. Jan Jansz. Ongewassen is varensgezel te Amsterdam. Hij steft in 1655 in Amsterdam, en ligt begraven in het Karthuizer kerkhof. Zijn vrouw overlijdt in 1702 te Amsterdam.

Pieter Jansz. Ongewassen (1658 )

Pieter Jansz. Ongewassen, zoon van Jan Jansz. Ongewassen (1631/32), is geboren in 1658 in Amsterdam, gedoopt in de Zuiderkerk. Hij huwt Grietie Eldertsdr., gedoopt in 1659 te Amsterdam, en dochter van Eldert Cornelisz. (schipper) en Grietje Gerritsdr.. Alleen deze kinderen zijn bekend, waarvan enkele verondersteld:

  1. Eldert Ongewassen (1687 - vóór 1724).
  2. Gerrit Pietersz. Ongewassen, onderstuurman VOC (mogelijke zoon)
  3. Jan Ongewassen, opperstuurman VOC (mogelijke zoon)

Pieter Jansz. Ongewassen is schipper op Enkhuizen te Amsterdam. Hij sterft in 1713 te Amsterdam en ligt begraven in de Noorderkerk. Zijn vrouw overlijdt in 1729 te Amsterdam.

Nog meer zeebonken?

Als opperstuurman zal Jan Ongewassen ook het logboek van zijn schip hebben moeten bijhouden. Hier een fragment uit een logboek van het slavenschip d’ Eenigheid op kerstavond 24 december 1761. Er zijn twee slaven dood en één matroos. Het hoofdje met beenderen en een zandloper bij de overleden matroos staan symbool voor tijd en de vluchtigheid van het leven. Ook de chirurgijn gebruikte dit symbool. NIET gerelateerd aan de Ongewassens.

Er zijn twee Ongewassens uit Amsterdam die, net als zoon Eldert, voor een dienstverband met de VOC kiezen ongeveer rond dezelfde tijd als Eldert junior. Mogelijk zit het varen in hun bloed en zijn ze ook zonen van Pieter Jansz. Ongewassen. Zo is er sprake van ene Gerrit Pietersz. Ongewassen uit Amsterdam die als derdewaak (3e stuurman) in 1717 met het schip Westerdijkshorn naar Batavia vertrekt.

In Kaapstad overlijdt de opperstuurman Andries Broersz. Corenaart, waarna de scheepsraad Gerrit Ongewassen promoveert tot onderstuurman. Gerrit Ongewassen keert niet terug naar Nederland en overlijdt in -of op weg naar- Azië.

Daarnaast is er een Jan Ongewassen uit Amsterdam die opklimt tot opperstuurman bij de VOC. Hij maakt meerdere reizen tussen Nederland en Batavia waarvan minstens de volgende:

  • 1709 als derde stuurman op het schip Oudenaarde.
  • 1714 als onderstuurman op het schip Barneveld.
  • 1717 als opperstuurman op het schip Prattenburg. Met een verschil van enkele maanden is er datzelfde jaar ook sprake van een tocht als opperstuurman op het schip Charlois; mogelijk een administratieve fout.

Ook Jan Ongewassen keert niet meer terug naar Nederland, zoals Gerrit Pietersz. Ongewassen.

Eldert Ongewassen (1687)

Overzicht van de eerste reis van opvarende Eldert Ongewassen. Deze inzichtelijke indexservice is een gezamenlijk initiatief van een aantal archiefdiensten en Universiteiten.

Eldert Ongewassen is geboren in 1687 te Amsterdam, zoon van Pieter Jansz. Ongewassen (1658 ). Hij huwt Susanna Voltelen vóór 1715. Susanna's geboorte is opgegeven als 1698, Cochin, Malabar, mogelijk op zee geboren. Zij is dochter van Ds. Arnoldus Voltelen (1666) en Agnita Ram. Susanna's familie wordt beschreven op de pagina Familie Voltelen. Alleen deze kinderen zijn bekend:

  1. Margaretha Sophia Ongewassen (1715 - 1743), huwt Cornelis Breekpot (1710).
  2. Pietronella Aletta Ongewassen.

Eldert Ongewassen overlijdt ergens vóór 1724, zijn vrouw in 1736 in Batavia op een leeftijd van 38 jaren oud.

Eldert Ongewassen komt in 1708 in dienst als derdewaak (3e stuurman) bij de VOC-kamer Amsterdam, en vertrekt met het schip Popkensburg naar Batavia. Zijn begunstigde is zijn vader Pieter Ongewassen uit Amsterdam.

Volgens de VOC-archieven keert hij terug in 1710 maar treedt in 1712 weer in dienst van dezelfde Amsterdamse kamer, nu als onderstuurman (2e stuurman) op het schip Beverwijk naar Batavia. Er is geen terugreis bekend hetgeen overeenstemt met zijn overlijden in Batavia.

Behoeftige en zinnelooze Chinezen

Gezicht op het Spinhuis en het Chinese hospitaal te Batavia waar Eldert Ongewassen binnenregent is. De afgebeelde Spinhuisgracht is nu Jl. Tiang Bendera in Jakarta. Het is een geïdealiseerde impressie; in andere prenten staan er de meer plausibele palmbomen. Tekening van Johannes Rach, ca. 1775.

in Batavia is Eldert Ongewassen vanaf 1717 binnenregent van het Sinees Sieken Huys; het Chinese hospitaal. Het Almanak van Nederlandsch-Indië (Vol. 15, 1842) legt uit wat dit is:

Te Batavia bestaat eene afzonderlijke Weeskamer voor de boedels van Christenen en eene voor Chinezen , Mahomedanen en andere Onchristenen, onder de benaming van Kollegie van Boedelmeesteren,
... welk laatste ook onder deszelfs toezigt heeft een liefdadig gesticht, het Chinesche Hospitaal genaamd, in hetwelk behoeftige en zinnelooze Chinezen en Inlanders worden opgenomen en verpleegd.

Eldert Ongewassen heeft er tenminste 5 jaar gewerkt (1717 - 1722).

Oude prent met Chinese acupunctuur uit Batavia. De verhouding tussen de Chinese en Nederlandse gemeenschap in Batavia was gespannen o.a. door de grote verschillen in cultuur, en de achterstelling en geslotenheid van de Chinezen.

Het is apart dat een stuurman van de VOC binnenregent van dit hospitaal wordt, maar wellicht was het niet een geweldige baan met veel aanzien, zoals blijkt uit de verhoudingen tussen Chinezen en Nederlanders:

De Chinese gemeenschap in Batavia rond 1740 was enorm ondanks immigratiebeperkende belemmeringen. Grofweg de helft van de bevolking bestond uit Chinezen; ca. 5000 gegoede handelaars, ambachtslieden en winkeliers binnen de muren van de stad, en ca. 10.000 grotendeels illegale koelies in de ommelanden.

De Nederlanders waren wel gedwongen economisch en maatschappelijk samen te werken om sociale onrust te voorkomen. Het gebeurde met tegenzin; de aansluiting met de gesloten Chinezen en hun eigen cultuur en tradities verliep moeizaam.

Er werd een Chinese hospitaal opgericht, bekostigd door belastingen op Chinees straattheater, afsteken van vuurwerk, begrafenissen en huwelijken. Voor al deze gebruiken en rituelen moesten de Chinezen tegen betaling een vergunning vragen, waarvan de opbrengsten (vergunningbriefjes) naar het ziekenhuis gingen, tevens oudemannenhuis. Het bestuur bestond uit twee Nederlanders en twee Chinezen, en werd bijgestaan door een secretaris.

De toch al niet beste verhouding met de Chinezen culmineert in 1740 met de Chinezenmoord of Bataviaase Furie, een slachting van 5.000 tot 10.000 Chinezen door de hoofdzakelijk Hollandse inwoners van Batavia.

De aanleiding vormde de angst dat de voortdurende opstand onder de werkloos geworden Chinese arbeiders op de suikerplantages vanaf 1722 zou overslaan naar de Chinezen binnen de muren van de stad.

Naar een piepklein eiland

Susanna Voltelen en haar tweede man, predikant Christiaan Wijardi Plesman, wonen in 1730 op het piepkleine eilandje Onrust voor de kust van Batavia. Ze zaten er in feite gevangen, omdat het personeel maar twee keer per jaar van het eiland af mocht. Gravure van Jakob van der Schley uit 1752.

Nadat Eldert Ongewassen ergens vóór 1724 overlijdt, huwt zijn vrouw Susanna Voltelen in 1725 Christiaan Wijardi Plesman.

Het is Plesmans eerste huwelijk. Susanna zal met hem in 1726 meegereisd zijn naar Malakka in Maleisië, waar Plesman is aangesteld als predikant, en vervolgens in 1730 naar Onrust.

Het eilandje Pulau Onrust (Scheepseiland) voor de kust van Batavia is maar 3,5 vierkante kilometer groot. Ten tijde van de VOC was er een stadje gevestigd met woningen, pakhuizen, scheepstimmerwerven en het tuighuis, waar VOC-schepen werden hersteld en soms ook nieuw gebouwd. Het VOC-personeel zat er feitelijk gevangen; het mocht maar twee keer per jaar van het eiland af.

Enkele jaren nadat zijn vrouw Susanna Voltelen overlijdt in1738, Batavia, keert Plesman terug naar Nederland met een nieuwe vrouw, Petronella de Voogt.

Was Margaretha onzuiver?

Cornelis Breekpot verzoekt de Raad van Indie om zijn schoonzus Pietronella Aletta Ongewassen inwoning te verschaffen (1736).

Er wordt gesuggereerd dat Eldert Ongewassens dochter Margaretha Sophia een onechtelijk kind is, verwekt bij een inlandse vrouw van Japara-afkomst. Japara is een gebied aan Java's noordoostelijke kust, ten oosten van Batavia. In tegenstelling tot onzuivere zoons krijgt een onechtelijk verkregen dochter vaak de achternaam van haar vader; het maakt namelijk niet zoveel uit omdat ze toch haar naam verliest bij het trouwen.

Als dit klopt valt de stamboom van haar wettelijke moeder Susanna Voltelen weg, in ieder geval de genetische waarde daarvan.

Inwonende schoondochter

Het bestaan van een tweede dochter van Eldert Ongewassen, Pietronella Aletta Ongewassen, volgt uit een verzoekschrift uit 1737 van Cornelis Breekpot aan de Raad van Indie om zijn schoonzus inwoning te verschaffen, wellicht vanwege de dood van haar moeder Susanna Voltelen in 1736. Haar ouders zijn beiden overleden en haar voogd is Christiaan Wijardi Plesman, de tweede man van haar moeder.

Bronnen en verantwoording

  1. De Nederlandsche Leeuw 1969
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen