Besemer, Familie

Uit FamilieWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Deel van de grafsteen van Leendert (Lenaert ) Jacobsz. Besemer, overleden 1611, in de kerk van Hendrik-Ido-Ambacht met het wapen met de kenmerkende 5 ruiten. Leendert is de derde zoon van Jacob Ghijsbrechtsz. Besemer.


Afstamming: hoe de families in elkaar oplossen naar boven toe
Rijshouwer
van der Sijden
Andewegh
Besemer

Deze pagina beschrijft de voorouders van Pietertje Cornelisdr. Andewegh (Aendewegh) (1608), dochter van Maritge Pietersdr. Besemer (rond 1570). Zij is voorouder van Elizabeth Frederika (Bob) Ekker.

Door haar huwelijk met Cornelis Laurisz. Andewegh (geboren rond 1605) verdwijnt de achternaam Besemer bij haar verdere nakomelingen.

Een tweede afstammingslijn loopt van Cornelis Heyndrixsz. Besemer (rond 1470) naar Ariaentge (Adriana) Francksdr. de Vos (rond 1600), gehuwd met Hendrick Adriaensz. Hoogendijk (1598).

Inhoud

Nieuwe bezems vegen schoon...

In zijn schilderij Nederlandse Spreekwoorden uit 1559 toont Pieter Bruegel the Oude minstens 125 spreekwoorden en gezegdes die destijds gangbaar waren. In de uitsnede twee bezemgezegden: De bezem uitsteken (doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is) en onder de bezem getrouwd zijn (ongetrouwd samenwonen). (Staatliche Museen, Berlijn). Klik dubbel voor meer detail.

...maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten. De naam Besemer heeft ongetwijfeld iets te maken met de bezem, het oeroude werktuig voor het vegen van vloeren.

De bezem dateert al van voor de Middeleeuwen en heeft door de tijd heen symbolische lading meegekregen van hekserij tot politiek schoonvegen, zoals door nationaal-socialisten.

Bij onze voorouders komen alleen de namen Besemer en Bezemer voor, bij de eerste generaties allereerst in de 'Duitse' vorm met een S. De eerste verschrijvingen met Z dateren van eind 1600 in de Hoekse Waard.

Er zijn verder veel naamvariaties op het thema bezem in zowel Nederland als Duitsland (afgeleid van Besen of Bessen) zoals Bezem(s), Bezembinder, Den Bezemer, Besems, Bessem(s), De Bessem en Bessembinder(s).

Veertien kilometer zuidoostelijk van Stuttgart ligt Esslingen am Neckar. De voormalige keizerlijke stad met 1200 jaar geschiedenis ligt in de vallei van de rivier de Neckar; een idyllisch landschap met veel wijngaarden. Mogelijk ligt hier de oorsprong van de Besemers.

Tussen 1400 en 1700 ontwikkelen de Besemers zich tot patriciërs, vooral in en rond de Drechtsteden. Na 1600 en de Reformatie verarmt een aantal familietakken. Volgens CBG familienamen woonden de meeste Bezemers in Zuid Holland; In 2007 zijn het er 2288, waarvan een aanzienlijk deel woont in de drechtsteden Zwijndrecht en Dordrecht, en Rotterdam.

Das Besenlokal und der Besener

Enkele aanwijzingen leiden naar Esslingen in Duitsland als de oorsprong van de Besemers. In de wijnhandel ligt dan vermoedelijk de verklaring voor hun naam.

In de Middeleeuwen liet een wijnboer, die conform Karolingische wetgeving het recht had nieuwe wijn aan huis te verkopen, dat weten door wijnranken of een bezem aan zijn gevel te binden. Het geeft aan dat er nieuwe wijn is gemaakt en dat het bedrijf daarna is schoongemaakt; de bezem is dus niet meer nodig.

Een vrouw hangt naar oeroud gebruik een geschmückten Besen (versierde bezem) voor haar Winzerwirtschaft in Kaiserstuhl, in het zuiden van Baden. Foto/afbeelding: welt.de.

Maar het gaat verder. Al van 1200 werden In Esslingen oogstrestanten (Spätlese en Eiswein) centraal in de stad direct aan de burgerij verkocht. Dit gebeurde in het Besenlokal van het wijnbouwersgilde, een typisch Schwabisch woord dat nog steeds bestaat.

De beheerder van het lokaal was der Besener en zijn vrouw die Besenerin. Dit baantje voor slechts enkele weken was zeer lucratief en daarom een privilege van de belangrijkste wijnbouwer van het gilde. Door vererving bleef dit voorrecht in de familie, die daarmee geheel vereenzelvigd werd en ook als zodanig in oude oorkonden werd benoemd, waar Besener als gauw Besemer werd.

De arme bezembinder

Prent van een bezemmaker uit Spiegel van 't menschelyk bedryf van Jan en Caspar Luyken, (fotomechanische herdruk van uitgave 1767).

Als de Duitse afleiding niet standhoudt zou de naam mogelijk te maken hebben met het beroep bezemmaker of bezembinder. Bezembinden was vergeleken met andere beroepen een laag gewaardeerd, zwaar en slecht betaald ambacht, dikwijls seizoenwerk. Bezems werden vervaardigd uit berkentwijgen of oude dopheide.

Een takkenbos werd strak met een touw bijeengehouden, met een stuk ijzerdraad op twee plaatsen ingesnoerd, en daarna recht afgezaagd aan de bovenkant. De lange stok werd er vaak door de afnemers zelf ingeslagen.

Mogelijk: Johann Besemer (rond 1295)

Johann Besemer is geboren rond 1295. Hij overlijdt in 1335 in Esslingen am Neckar in Duitsland op een leeftijd van rond 40 jaren. De naam van zijn echtgenote is mogelijk Mechthild, maar dat kan ook zijn zuster zijn. De volgende kinderen worden genoemd:

  1. Elisabeth Besemer (overleden 1372).
  2. Johanna Besemer, overleden 1377).

Mogelijk is Ocker Johannssohn Besemer (1330 - 1400, Dordrecht) ook een kind van Johann Besemer.

Johann Besemer is wijnboer en wijnhandelaar in Esslingen am Neckar. Esslingen is in het begin van de veertiende eeuw de machtigste stad in Würtenberg maar verliest die belangrijke positie na een beleg in 1365 en oorlogen in de decennia daarna.

De binnenstad van Esslingen am Neckar.Torens uit de Middeleeuwen, een burcht en een binnenstad met oude vakwerkhuizen getuigen van een rijke geschiedenis. Foto/afbeelding: kollaardweb.

Johann Besemer behoort tot een van de rijkste families van Esslingen, welgestelde wijnbouwers op de hellingen van de Neckar met uitgebreide bezittingen en horige boeren. Johann Besemer bezit een wijngoed in Esslingen en heeft bezittingen in Cannstatt, Uhlbach, Ober- en Untertürkheim. Hij koopt in 1346 de Dachgrabenhof bij Bernhausen van de edelman Hermann Kaib von Hohenstein. Het vermogen van een neef, ook Johann genoemd, werd geschat op 3000 Rijnlandse guldens.

Hij schenkt grote bedragen aan het nonnenklooster van Sint-Klara in Esslingen, het klooster van Sirnau bij Esslingen, en andere kerkelijke instellingen. Zijn zuster Katharina (overleden 1357) en zijn dochters Johanna en Elisabeth, leven hun laatste jaren als lekezusters in het klooster van Sint-Klara. Elisabeths dochter Bethelin is daar non.

Ocker Johannssohn Besemer (1330)

Ocker Johannssohn Besemer is mogelijk een zoon van Johann Besemer (rond 1295), en in dat geval geboren in 1330 in Esslingen am Neckar, Duitsland. Hij overlijdt in 1400 in Dordrecht op een leeftijd van 70 jaren. De naam van zijn echtgenote is onbekend. Alleen het volgende kind is bekend:

  1. Jan Ockersz. Besemer (1365, Dordrecht - 1422, Oud Alblas).

Ocker Johannssohn Besemer is de stamvader van alle in Nederland bekende Besemers/Bezemers.

Is Ocker wel Johanns zoon?

Dit handvest uit de vijftiende eeuw regelt het befaamde stapelrecht van de stad Dordrecht. Alle goederen die over de rivier werden getransporteerd, moesten in Dordrecht ter markt gebracht worden. Uit de collectie van het Erfgoedhuis Zuid-Holland.

In vele stambomen over de Bezemers wordt beweerd dat Ocker Johannssohn Besemer een zoon is van Johann Besemer. Er is tot nu toe echter geen bron gevonden die deze bewering staaft vanuit Dordrecht noch vanuit Essingen. Ook is de naam Ocker in Essingen niet te vinden, hoewel sommigen het zien als verbastering van Neckar. Ook mist de aanwijzing van een wijnhandel in Dordrecht.

Hoe de relatie wordt gelegd is niet bekend, wel zijn er aanwijzingen die samen een sterk vermoeden rechtvaardigen:

  • Zo zijn de Besemer in de 14e eeuw een belangrijk geslacht in Esslingen, en komen daar veelvuldig voor, in tegenstelling tot Nederland en andere landen.
  • Rond 1355 hadden Holland en Schwaben, waaronder Essingen en Dordrecht ressorteerden, dezelfde vorst.
  • Dordrecht was een belangrijke stad voor Duitse wijnhandelaren. Dordrecht kende slecht drinkwater, en men dronk in de Middeleeuwen liever de lichte Duitse, overwegend witte, wijn, dan de zwaardere Franse wijnen.
  • De aanvoer van wijn over de Neckar en Rijn vanuit Esslingen en omgeving is goed te doen.

Het is daarom goed voor te stellen dat een lid van de Duitse familie van wijnhandelaars Besemer naar Holland zou komen om er een wijnhuis te vestigen. Het had grote commerciele voordelen; wijn en veel andere producten die via de Rijn werden aangevoerd, moesten namelijk eerst in Dordrecht te koop worden aangeboden. Dit zogenaamde stapelrecht had Dordrecht in 1299 gekregen van Jan van Avesnes, graaf van Holland. Dordrecht wordt hierdoor een belangrijke en welvarende stad.

Jan Ockersz. Besemer (1365)

Portret van Adriaen Leendertsz. Besemer (1584-1657), een 6e generatie nazaat van Ave Jans Besemer, dochter van Jan Ockersz. Besemer. Adriaen Besemer heeft een waslijst aan functies op zijn naam, waaronder: ambachtsheer, kruidenier, burgemeester van Rotterdam, fabriekmeester, vredemaker, commissaris van de wisselbank, raad ter Admiraliteit op de Maze, bewindhebber VOC kamer Rotterdam.

Jan Ockersz. Besemer, zoon van Ocker Johannssohn Besemer (1330), is geboren in 1365 in Dordrecht. Hij overlijdt in 1422 in Oud Alblas op een leeftijd van 57 jaren. De naam van zijn echtgenote is niet bekend. Zijn ons bekende kinderen zijn:

  1. Ave Jans (Ffeye/Awijn) Besemer (1400, Dordrecht - na 1476, Ouderkerk aan de IJssel), huwt Pieter Voppensz. Volgens registers van de Heilige Geest Renten te Ouderkerk schenken zij een jaarlijkse rente van 20 stuivers waarvoor ieder jaar op zondag na Pinksteren een mis moet worden opgedragen.
  2. Ocker Jansz Besemer (1402, Dordrecht).
  3. Jan Jansz. Besemer (1405, Dordrecht - Hendrik-Ido-Ambacht).

Jan Ockersz. Besemer is leenman (huurder) van de Hofstad Arkel te Giessen.

Jan Jansz. Besemer (1405)

Jan Jansz. Besemer, zoon van Jan Ockersz. Besemer (1365) is geboren in 1405 in Dordrecht. Hij overlijdt in Hendrik-Ido-Ambacht. De naam van zijn echtgenote is onbekend, maar wel bekend is dat hij in 1433 huwt in Hendrik-Ido-Ambacht. Zijn bekende kinderen:

  1. Heynrick (Heyndrick) Besemer (rond 1440 - rond 1520, beiden Hendrik-Ido-Ambacht).
  2. Ocker Jansz (Ocker) Besemer (1442, Hendrik-Ido-Ambacht).

Heynrick Besemer (rond 1440)

Het wapen met 5 ruiten zien we terug bij Adriaen Leendertsz. Besemer (1584-1657), een 6e generatie nazaat van Ave Jans Besemer, maar ook bij latere Besemers op hun grafzerken.

Heynrick Besemer, ook Heyndrick genoemd, zoon van Jan Jansz. Besemer (1405), is geboren rond 1440 in Hendrik-Ido-Ambacht. Hij overlijdt rond 1520 in Hendrik-Ido-Ambacht op een leeftijd van rond 80 jaren. Hij huwt mogelijk een vrouw genaamd Margriet. Hun bekende kinderen zijn:

  1. Ghysbrecht Heynricksz. Besemer (rond 1472, Hendrik-Ido-Ambacht - rond 1552, Gherijls-Hendricks-Ambacht).
  2. Cornelis Heyndrixsz. Besemer (rond 1470 - na 1527, Hendrik-Ido-Ambacht).

Heynricks beide zonen zijn onze voorvaders. Direct hieronder volgt de afstamming via Ghysbrecht Heynricksz. Besemer, waarbij de naam Bezemer enige generaties wordt doorgegeven. Bij de afstamming via Cornelis Heyndrixsz. Besemer komt ook de familienaam Vos voor en wordt verderop beschreven.

Heynrick Besemer is landbouwer en hoogheemraad.

Volgens onderzoek van Ton Bezemer is rond 1500, na het uitbreken van de pest, nog maar een kleine tak over van de Besemers. Hij heeft in het stadsarchief van Dordrecht de nalatenschap gevonden van Heynrick Besemer uit 1498, bestaande uit 33 delen dokumenten. Heynrick Besemer blijkt bijna alles overgemaakt te hebben aan Adriaen Ockers en Ocker Goverts.

Er is een vonnis bekend van 3 november 1470 van het Hof van Holland. Het gaat om een zaak van Hendrick Bezemer contra Jacob Jansz.:

Bezemair/op den Eysch van Henrick Bezemair tegen Jacob Jansz. werd het vonnis van de schepenen van Dordrecht te niet gedaen en parthijen geordonneert van Nieuws voor de Hoven te procederen over de Cooppenningen van vijftien hoet tarwe.

Op hun beurt procederen de erfgenamen van Jacob Jansz. in 1507 tegen Heynrick Besemer:

Heynrick Besemer beset op sijn seven mergen coeyen ende beesten. Cleijs Dircksz.vanwege een wilkeur van 11 Rijnsgld; borgen Symon Gheritsz.
(...) Heynrick Besemer beset noch op sijn lant (...) Ick Henrijck Besemer heeft een willkeur (schuldvordering op Claess Willemsz. als van 4 Rhijnsguldens.
Item Henrick Besemer heeft een wilkeur volstaende? nvant ? op Claes Willemsz. als van vier Rhijnsguldens te betalen op Sinte Maertijnsdage (...) naestcomende. Ende wairt selvedat hij dese voors,somme niet en betalen tot deser dagen, dat als dan Henrick Besemer voorsz mach comen (...)? sonder panden (...) Dee lesten dach in mey Anno XVc ende negen.
Hendrik Damijsz., schout, en Cornelis Willemsz., Joris Kievit, Zijmon Gerritsz. en Jan Willemsz. (lage) heemraden van Riederambacht oorkonden, dat Geertruijd Huijg Zijmonsdr. verkocht heeft aan Dirck Simonsz. haer neef een perceel van 13,5 morgen land in Nieuw Rijderwaert gelegen in het lange land vanaf de dijk, ten noorden begrensd door het Waligslant en ten zuiden door het land van Pieter Huijgensszoene en Hendrik Besemer.

Ghysbrecht Heynricksz. Besemer (rond 1472)

Ghysbrecht Heynricksz. Besemer, zoon van Heynrick Besemer (rond 1440), is geboren rond 1472 in Hendrik-Ido-Ambacht. Hij overlijdt rond 1552 in Gherijls-Hendricks-Ambacht op een leeftijd van rond 80 jaren. De naam van zijn echtgenote is niet bekend. Zijn kinderen;

  1. Jacob Ghijsbrechtsz. Besemer (rond 1498, Gherijls-Hendricks-Ambacht - na 1540, Rijsoord).
  2. Floris Ghijsbrechtsz. Besemer (zie III.6).
  3. Pieter Ghijsbrechtsz. Besemer (zie III.8).
  4. Aert Ghijsbrechtsz. Besemer (zie III.9).
  5. Cornelis Ghijsbrechtsz. Besemer (zie III.11).
  6. Lidewij Ghijsbrechtsdr. Besemer (rond 1520, Ridderkerk - 1581/1589, Dordrecht), huwt Cornelis Jacobsz. van DIEMEN, burgemeester van Dordrecht.

Ghysbrecht Besemer is landbouwer en hoogheemraad. Hij heeft mogelijk te maken met een memorie volgens een slecht leesbaar document uit de kerk van Heijnrick-Yden Ambocht (Hendrik-Ido Ambacht). Hij wordt in het Archief Huys ten Donck genoemd in twee transacties:

Over de verkoop van vee ;

Item Ghijs Besemer voor hem selve ende als gemachtiich van Joest Jan Weyns heeft bestelt al sulcke beeste als op sijn lant gaet leggende in Out ryderwaert te weten ses ossen vijff vairsen twee koeyen van (...) Halling Willemsz. Arien Willemsz. ende Arien Pietersz, geschiet den derde dage in october anno XVc ende negen. borch Jan Monnensz (...?)

Over de verdeling van nalatenschap:

(interpretatie) Heijnrick Lodewijcxz. (doorgehaald en vervangen door Cornelis Besemer) schout van Gherit Heijricksz. ambacht, Adriaen Willemsz. (doorgehaald en vervangen door Cornelis Cornelisz.), Otte Florisz.Cornelis Adrijaensz., Ghijsbrecht Besemer Heijnricksz. en Hillebrant Pieterz. heemraden van dat ambacht oorkonden, dat de kinderen en erfgenamen van Lodewijck van Giesen Aertsz. de verdeling van diens nalatenschap op een hier beschreven wijze overeengekomen zijn.

Hendrik-Ido-Oostendam-Schildmanskind etc..

Het dorp Gherit Heijricksz. ambacht, op deze pagina ook terugkomend als Gherijls-Hendricks-Ambacht, is waar vele Bezemers overleden en mogelijk geboren zijn. De naam zal terug te voeren zijn op de polder waarin het dorp ligt, vergelijkbaar zijn met de oorsprong van de naam van het naburige Henrik-Ido-Ambacht ;

In 1331 besluit de edelman Hendrik van Brederode om de Zwijndrechtse Waard te bedijken. De financiers van het project krijgen in ruil daarvoor de positie van ambachtsheer voor een deel van de polder. Twee van de negen financiers zijn Hendrik Ydo Wittens en zijn broer Schiltman Wittens, zoons van Witten Hendrik Yens die schepen van Gorinchem was. Hun namen komen terug in de naam van het dorp.

Dergelijke naamvoering leidde in het verleden tot lange plaatsnamen. Zo heette Hendrik-Ido-Ambacht tot 1885 Hendrik-Ido-Oostendam-Schildmanskinderen-Groot-en-Klein-Sandelingen-Ambacht, destijds de langste gemeentenaam van Nederland en mogelijk Europa.

Jacob Ghijsbrechtsz. Besemer (rond 1498)

Deel van de grafsteen van Leendert (Lenaert ) Jacobsz. Besemer, overleden 1611, in de kerk van Hendrik-Ido-Ambacht, gefotografeerd tijdens een restauratie. Hij is de derde zoon van Jacob Ghijsbrechtsz. Besemer. Elders op de pagina een afbeelding van het graf van zijn zoon, ook Leendert genaamd. Foto/afbeelding: rijksmonumenten.nl.

Jacob Ghijsbrechtsz. Besemer, zoon van Ghysbrecht Heynricksz. Besemer (rond 1472), is geboren rond 1498 in Gherijls-Hendricks-Ambacht. Hij overlijdt na 1540 in Rijsoord op een leeftijd van meer dan ongeveer 42 jaren. Uit een eerste huwelijk heeft hij een zoon Cornelis Jacobsz.; de moeder is vermoedelijk snel gestorven en haar naam is niet bekend.

Rond 1530 huwt hij opnieuw, nu met Heyltgen Willemsdr. Jongkint, ook Jonckindt en soms Romeijn genoemd, in Ridderkerk. Heyltgen Jongkint is landbouwster, geboren rond 1510 in Ridderkerk en aldaar overleden in 1570. Zij is een achternicht van Anna Willemsdr. Jongkint, die huwt met Jacob Ghijsbrechtsz. Besemers zoon Pieter Jacobsz. Besemer.

Naast een zoon met onbekende naam zijn hun kinderen:

  1. Heyndrick Jacobsz. Besemer
  2. Pieter Jacobsz. Besemer (rond 1532, Ridderkerk - 1571/1572).
  3. Leendert (Lenaert ) Jacobsz. Besemer, overleden 1611 in Hendrik-Ido-Ambacht.
  4. Apolonia (Ploentge) Jacobsdr. Besemer (1538 - na 1583, beiden Ridderkerk), huwt Ghoessen Adriaensz. (van Schilperoort), Boer te Ridderkerk
Grafsteen van Leendert Leendertsz. Besemer, overleden 1622, in de kerk van Hendrik-Ido-Ambacht, gefotografeerd tijdens een restauratie. Hij is de zoon van Leendert (Lenaert ) Jacobsz. Besemer, overleden 1611, de derde zoon van Jacob Ghijsbrechtsz. Besemer, wiens graf ook afgebeeld is op deze pagina. Foto/afbeelding: rijksmonumenten.nl.
]]

Veel transacties getuigen van de aankoop, verkoop en overdracht van land, waar Jacob en zijn zonen direct bij betrokken zijn. Uit de Kohiers van de 10e penning (waar belastingaanslagen werden genoteerd) tussen 1542 en 1580 blijkt de familie veel grond te bezitten:

  • 1542: Heyltgen Jacob Ghijssen weduwe bruyck 32 morgen. 2 hont om 139 Rgld (huurwaarde)
  • 1557: 42 mergen 290 roe (waarvan 30 mergen 27,5 roe eigendom)
  • 1561: 28 mergen 262 roe (waarvan 25 mergen 262 roe eigendom en 3 morgen gepacht)
  • 1580: 30 morgen 30 roe onder Ridderkerk, 800 roe in IJsselmonde, 1,5 morgen in Hendrik Ido Ambacht gemeen met erfgenamen Aert Besemer, 8 rentebrieven tesamen 42 Rhijnsgulden.

Heyltgen, de weduwe van Jacob Besemer wordt door de jaren heen aangeslagen voor zowel geleend grond als haar eigen grond, welke laatste tegenwoordig een kleine 30 hectare zou bedragen. Dat staat voor ca. 40 voetbalvelden. De 8 rentebrieven, samen 42 Rhijngulden, vertegenwoordigen bij een destijds gangbare rente van 4% een waarde van 1000 Rhijngulden.

Dezelfde grafsteen, voor de restauratie, van Leendert (Lenaert ) Jacobsz. Besemer, die elders op deze pagina afgebeeld is.

Javob Besemer is gegoed in Sandelingenambacht Rijsoord en de polders Oud-en Nieuw Reyerwaard (Ridderkerk), en Waersman van de polder Nw.Reyerwaerd in 1536.

De oude oppevlaktemaat morgen, ook mergen genoemd, staat voor een gebied dat in één ochtend kon worden geploegd. Per landsdeel weken de maten af; rond 1500-1600 was de morgen in Zuid-Holland een kleine hectare groot. Een morgen bestond voorts uit 5 hond of 600 roede.

Pieter Jacobsz. Besemer (rond 1530/1532)

Pieter Jacobsz. Besemer, zoon van Jacob Ghijsbrechtsz. Besemer (rond 1498), is geboren rond 1530/1532 in Ridderkerk. Hij overlijdt tussen 1571 en 1572 op een leeftijd van rond 39 jaren. Hij huwt Anna Willemsdr. Jongkint ook Jonckindt en soms Romeijn genoemd rond 1558 in Ridderkerk, voor haar het tweede huwelijk met een voor ons onbekende echtgenoot.

Anna Willemsdr. Jongkint is geboren circa 1530 te Ridderkerk, overleden na 1600 te Ridderkerk op een leeftijd van meer dan ongeveer 70 jaren. Zij is dochter van Willem Goessen Adriaensz. Jongkint alias Romeijn, bouwman, heemraad en waarsman, en Neeltje Cornelisdr. Anna Willemsdr. Jongkint is een achternicht van Heyltgen Willemsdr. Jongkint, gehuwd met Pieter Jacobsz. Besemers vader Jacob Ghijsbrechtsz. Besemer.

De familiebanden zijn soms erg nauw. Heyltgen Willemsdr. Jongkint en haar achternicht Anna Willemsdr. Jongkint huwen respectievelijk vader en zoon Besemer; Pieter Jacobsz. en Jacob Ghijsbrechtsz. De achternichten delen dezelfde voorvader Willem waarvan gegevens ontbreken.

Kinderen van Pieter Jacobsz. Besemer en Anna Willemsdr. Jongkint:

  1. Willem Pietersz. Besemer (zie V.5).
  2. Jacob Pietersz. Besemer (circa 1565 - na 1582, beiden Ridderkerk).
  3. Aeltge Pietersdr. Besemer (circa 1570, Ridderkerk - na 1635, Westmaas), huwt 1592 te Ridderkerk Pieter Pietersz. Vinck, boer te Westmaas
  4. Maritge Pietersdr. Besemer (rond 1570, Ridderkerk - 1624, Oost-Barendrecht).

Pieter Jacobsz. Besemer is bouwman in Ridderkerk. Een acte uit het Klachtboek Archief Huys ten Donck:

Pieter Jacobs Besemer daecht up Lauweris Thoenisz. in somme van LXIX Rhijnsgld ofte tot de zekeringen? soe heeft Lauwerens Toenisse bekennen (...) te zijn aen Pieter Jacobsz.Besemer voir alsulcke somme als Lauwerens Thoenisse bij goede rekening brengen soude nae vuijtwijsen die acte die voir de Camer van Dordrecht geweesen is. Sebastiaen Pieters claecht up Pieter Besemer Jacopsz. voor de somme van XIJ Rhijnsgld IIII. Opten XIIJe dach Junij Anno XVC acht en tsestig soe verclaere ick dat pertijen malcander geen sulle (...) niet accorderen datse tesamen inden Vyerschaar willem come sullen en brengen een ge (...?). Hun vier kinderen voor 1/5 gerechtigd in de erfenis van Heyltge Willemsdr.

Maritge Pietersdr. Besemer (rond 1570)

Maritge Pietersdr. Besemer, dochter van Pieter Jacobsz. Besemer (rond 1530/1532), is geboren rond 1570 in Ridderkerk. Zij overlijdt in 1624 in Oost-Barendrecht op een leeftijd van rond 54 jaren . Zij huwt Cornelis Adriaen Hendricxz Aen de Wech (Aandewegh).

Cornelis Adriaen Hendriccxz. aen de Wech, boer te Oost-Barendrecht, is geboren circa 1559 in Barendrecht, overleden in 1622 te Barendrecht. Hij is zoon van Adriaen Hendricxsz. Hun kinderen komen voor zowel onder de namen Aendewegh (en varianten) als Besemer:

Grafsteen van Maritge Pietersdr. Besemer en Cornelis Adriaen Hendricxz Aen de Wech in de Dorpskerk in Barendrecht. bron; Online Begraafplaatsen.
  1. Aechtgen Cornelisdr. Aendewegh Besemer, (1598 - na 1656, beiden Barendrecht), huwt Geemen Anthonisz. (Hoogwerff), landbouwer te Barendrecht,
  2. Arien Cornelis Ariensz. Aende Wech (1600, Barendrecht - na 1640, Spijkenisse), huwt Maritge Theunsdr.
  3. Neeltge Cornelisdr. Aendewegh Besemer (1601, Oost-Barendrecht), huwt Jacob Maertensz. (Vaendrager), boer/ingeland in Barendrecht
  4. Pietertje Cornelisdr. Andewegh (Aendewegh) (1608, Barendrecht - na 1685), huwt Cornelis Laurisz. Andewegh (rond 1605 - 1650, Barendrecht), zoon van een andere voorvader Lauris Aertsz. (rond 1572).
  5. Willem Cornelisz. Besemer (zie VI.12).
  6. Henderick Cornelisse Aen de Wech (Aenwegh). Henderick Cornelisse is geboren in 1612. Hij overlijdt op 1679-10-07.
  7. Heyndrick Cornelisz. Aendewegh (1613 - 1679, beiden Barendrecht), bouwman in Barendrecht, huwt Adriaentge Francksdr. de Vos (1600 - 1680), dochter van een andere voorvader Franck Gerrits de Vos (vóór 1574 - na 1652). Ariaentge was de weduwe van een andere voorvader Hendrick Adriaensz. Hoogendijk (1598, Rhoon - 1634, Barendrecht).
  8. Annetge Cornelisdr. Besemer (Andewegh) (1617, Barendrecht), huwt Heyndrick Jacobsz. van der Ghyssen.

Cornelis Adriaen Hendricxz Aen de Wech is heemraad van Oost-Barendrecht.

Maritge Pietersdr. Besemer en Cornelis Adriaen Hendricxz Aen de Wech zijn begraven onder een zerk in de Dorpskerk in Barendrecht. Het opschrift luidt:

HIER LEYT BEGRAVEN CORNELIS AERIENSE IN ZYN LEEVEN HOOCH ENDE LEECH HEEMERAET VAN OOST BARENDRECHT OVT 62 IAREN, HY STERFF DEN 24EN MAERT ANN-O 1622 ENDE MAERICHIE PIETERSZ DIE HUYSVROU O (...) N SY STERFF DEN 2. MAERT ANNO 16.

Een tweede afstammingslijn

Hierboven wordt de afstamming via Ghysbrecht Heynricksz. Besemer beschreven, waarbij de naam Bezemer enige generaties wordt doorgegeven. Bij de afstamming via Cornelis Heyndrixsz. Besemer hieronder komt ook de familienaam Vos voor.

De twee aftakkingen van de familie Besemer in onze afstammingslijn zijn geel gemarkeerd. De ene loopt via Ghysbrecht Heynricksz. Besemer en mondt uit in de familie Andewegh. De ander gaat van Cornelis Heyndrixsz. Besemer naar de familie Hoogendijk. Uiteindelijk monden ze alle twee weer uit in de persoon Pieter van der Sijden (1692 - 1739). Klik tweemaal door voor meer detail.

Cornelis Heyndrixsz. Besemer (rond 1470)

Cornelis Heyndrixsz. Besemer, zoon van Heynrick Besemer (rond 1440), is geboren rond 1470. Hij overlijdt na 1527 in Hendrik-Ido-Ambacht. op een leeftijd van meer dan ongeveer 57 jaren. De naam van zijn echtgenote is net bekend. Zijn kinderen:

  1. Marijtgen Besemer, ook Marijtje of Mariken, geboren rond 1510, huwt Vranck Ghijsbrechtsz. van den Nes.
  2. Aert Cornelisz. Besemer, schout van Adriaan Pieters Ambacht (Sandelingenambacht), landpoorter van Dordrecht (1521, 1522)

Cornelis Heyndrixsz. Besemer is heemraad en substituut-schout van Adriaan Pieters Ambacht (Sandelingenambacht), landpoorter van Dordrecht (1526, 1527). Hij wordt genoemd in een akte H.G en Pesthuis ter Grooter Kerk als borg voor zijn broer Ghijsbrecht.

Marijtgen Besemer (rond 1510)

Deel van de grafsteen van Vranck Wyten van den Nes, overleden 1647, in de kerk van Hendrik-Ido-Ambacht, gefotografeerd tijdens een restauratie. Hij is kleinzoon van Marijtgen Besemer en Franck Ghijsbrechtsz. van den Nes, via diens zoon Wijt Vranckensz van den Nes overleden 1610. Foto/afbeelding: rijksmonumenten.nl.

Marijtgen Besemer, ook Marijtje of Mariken, dochter van Cornelis Heyndrixsz. Besemer (rond 1470), is geboren rond 1510. Zij huwt Franck Ghijsbrechtsz. van den Nes, ook bekend als Vranck, geboren tussen 1508 en 1510. Hun kinderen zijn:

  1. Aeriaentken Franckendr., overleden 1597 in Barendrecht, huwt Gerrit Willemsz vóór 1576
  2. Lenaertge Franckendr, geboren vóór 1576, huwt Joris Gerritsz. Leenhouwer, ook Cranendonck genoemd, boer en wellicht ook steenbakker te Sandelingenambacht, leenman van de Lek en Polanen aldaar, heemraad van Hendrik-Ido-Ambacht.
  3. Cornelis Besemer Vranckensz. van (den) Nes, overleden tussen 1602 en 1611, huwt Truyken Pietersdr.
  4. Wijt Francken van den Nes (vóór 1540, na 1610), huwt mogelijk een dochter van Aert Heyndrick Thonisz., boer te Sandelingenambacht, landpoorter van Dordrecht, heemraad, stedehouder van Sandelingenambacht.
  5. Bastiaen Francken van den Nes, overleden vóór 1611, huwt 1) mogelijk Anneken, 2) Sijken Lenaertsdr. van Oud-Alblas.
Zo ziet het tegenwoordig eruit rond het eiland De Nes, ook de grote Nes genoemd. Het werd in 1934 doorsneden door de aanleg van de enkelbaansweg IJsselmonde/Zwijndrecht, de voorloper van de A16.

Franck Ghijsbrechtsz. van den Nes is boer op een hofstede opten Nesse onder Rijsoord, waarmee het eilandje De Nes wordt bedoeld.

Volgens K.J. Slijkerman in de uitgaven Kronieken van de Genealogische Vereniging Prometheus is de familienamen Van den Nes ontleend aan het eilandje De Nes in het riviertje de Waal waar deze familie leefde.

Het eilandje tussen Ridderkerk (noorden) en Rijsoord en Sandelingenambacht (zuiden) bestaat nog en is in 2015 door het waterschap deels afgegraven om flora en fauna zich verder te laten ontwikkelen. Het eiland is, zoals de term nes suggereert, vermoedelijk een landtong die ontstaan is aan een scherpe bocht van de Waal.

Oude kaart van het eilandje De Nes, die een kwart met de klok gedraaid moet worden; Rijsoord (hier rechtsonder afgebeeld) ligt namelijk in het zuid-oosten.

Franck Gijsbrechtsz. bezit nagenoeg de gehele Nes, bewoont de erop staande hofstede en noemt zich dus naar zijn bezit. Daarnaast is hij taxateur der Tiende Penning van Rijsoord en Strevelshoek (1557), schepen van Rijsoord (1562), landgebruiker en landeigenaar in Hendrik-Ido-Ambacht, Rijsoord en Oud-Reierwaard, en huiseigenaar te Dordrecht.

De Nes blijft na hem nog twee generaties lang in bezit van de familie. In de loop van de 17e eeuw verspreiden Francks nakomelingen zich over De Zwijndrechtse Waard, Dordrecht, Barendrecht en omgeving en De Hoeksche Waard.

Franck Ghijsbrechtsz. van den Nes overlijdt tussen 1572 en 1576, van zijn vrouw zijn geen gegevens.

Aeriaentken Franckendr.

Aeriaentken Franckendr., dochter van Marijtgen Besemer (rond 1510), huwt Gerrit Willemsz. Zij overlijdt in 1597 in Barendrecht, nadat ze een legaat aan de armen van Barendrecht heeft vermaakt.

Zegel van Wijt Vrancken van den Nes, broer van Aeriaentken Franckendr. Veel leden van de familie De Nes voerden dit huismerk, het teken dat in het houtwerk en meubelstukken van iemands boerenhuis werd gekerfd als bewijs van eigendom. Het merk, ook gebruikt als handtekening, bestond meestal uit een geometrisch patroon van kruisende lijnstukjes, die makkelijk in te kerven waren. Huismerken dateren al van de vroege middeleeuwen en zijn ouder dan familiewapens.

Gerrit Willemsz. is boer in Oost-Barendrecht, penningmeester van Barendrecht (1573 - 1581), diaken te Barendrecht 1596.

Als lidmaat van de kerkelijke gemeente Barendrecht overlegt Gerrit Willemsz. op een op 12 september 1581 te Oud-Beijerland gehouden vergadering van de Classis Dordrecht met Thoenes Evertsen een brief van de schout en ingezetenen van Barendrecht over de voorkeur van een te beroepen predikant. Op 7 en 21 januari 1604 verschijnt Gerrit, een der ‘broeders’ uit Barendrecht, ook op vergaderingen van de Classis Dordrecht over onvrede met de predikant te Barendrecht

Hij is vermoedelijk dezelfde Mr. Gerrit Willemsz, secretaris van Barendrecht, die daar op 5 mei 1610 (of een ander jaar, dat is niet duidelijk) stierf. Hun vermoedelijke kind is:

  1. Franck Gerrits de Vos (vóór 1574 - na 1652), huwt 1) Lijntje Aertsdr., dochter van een andere voorvader Aert Jansz. (ca 1530/1535), 2) Neeltje Pietersdr., 3) Adriaentje Coenen, 4) Meynske Dammis.

Franck Gerrits de Vos (vóór 1574)

Franck Gerrits de Vos, vermoedelijk zoon van Aeriaentken Franckendr., is geboren vóór 1574. Hij huwt viermaal. Vermoedelijk zijn zijn eerst drie echtgenoten steeds overleden tijdens zijn leven.

Dochter Ariaentge (Adriana) Francksdr. de Vos en haar tweede man Henderick Cornelisse Aenwegh zijn begraven onder deze grafsteen in de Dorpskerk in Barendrecht. Haar wapen vertoont een springende vos, die ook door haar vader werd gevoerd. Bron; Online Begraafplaatsen.

Zijn eerste vrouw Lijntje Aertsdr. huwt hij vóór 1600. Zij is dochter van een andere voorvader Aert Jansz. (ca 1530/1535). Via haar gaat onze afstamming verder. Hun enige bekende kind is:

  1. Ariaentge (Adriana) Francksdr. de Vos (rond 1600, West-Barendrecht - 1679), huwt 1) Hendrick Adriaensz. Hoogendijk (1598 - 1634), zoon van een andere voorvader Adriaen Hendricksz. Hoogendijk (1550), en 2) Heyndrick Cornelisz. Aendewegh (1613 - 1679), bouwman in Barendrecht, zoon van een andere voormoeder Maritge Pietersdr. Besemer (rond 1570 - 1624).

Vermoedelijk is zijn eerste vrouw in of na het kraambed gestorven van haar eerste kind. Lauris Aertsz., haar broer, wordt bloedvoogd over haar enige kind. Hij huwt vervolgens:

  • In 1607 uit hij zijn tweede vrouw Neeltje Pietersdr.
  • In 1617 huwt hij zijn derde vrouw Adriaentje Coenen in Barendrecht.
  • Als laatste huwt hij In 1627 Meynske Dammis.

Zoon Maerten Vrancke de Vos uit het laatste huwelijk huwt met een andere voormoeder Pietertje Cornelisdr. Andewegh (1608), dochter van twee andere voorouders; Maritge Pietersdr. Besemer (rond 1570 - 1624) en Cornelis Adriaen Hendricxz Aen de Wech, heemraad van Oost-Barendrecht. Als Pietertje Maerten huwt is ze al 5 jaar weduwe van Cornelis Laurisz. Andewegh (rond 1605 - 1650), een andere stamvader.

Van welke echtgenote andere kinderen afstammen is niet duidelijk zoals Neeltje Franke de Vos (ca. 1602) en Antonis (Teunis) Vrankenz de Vos (ca. 1610). Franck Gerrits de Vos overlijdt na 1652 op een leeftijd van meer dan 78 jaren.

Gegoede boer renteniert met grond als onderpand

Franck Gerrits de Vos is landbouwer te West-Barendrecht, penningmeester van Barendrecht (viermaal tussen 1601 en 1620), dijkheemraad van Ziedewij (1624). Hij is een gegoede boer. In het verpondingskohier over Barendrecht uit 1632 wordt Franck voor 3 gld aangeslagen onder het hoofd huysen staende op de landen. Hij wordt in de op twee na hoogste groep aangeslagen. In talloze akten komt hij voor als belender van landerijen in WestBarendrecht.

Op zijn oude dag in 1652, hij zal ongeveer 75 jaar oud zijn geweest, koopt hij een huisje aen de Singhel in West-Barendrecht, mogelijk om te rentenieren. Zijn boerderij in het Oude Land van West-Barendrecht, draagt hij in 1652 over aan zijn zoon Antonis (Teunis) Vrankenz de Vos.

Franck Gerrits de Vos leent op zijn oude dag van zijn dochter, die in goede doen is vermoedelijk door twee keer te trouwen met welgestelde boeren. Hij verklaart in 1652 aan Heyndrick Cornelisz. Aendewegh, tweede echtgenoot van zijn dochter Ariaentge, 663 car gld schuldig te zijn en eenzelfde bedrag aan de kinderen van Hendrick Adriaensz. Hoogendijk, Ariaentges eerste echtgenoot, n.a.v cassatie en liquidatie van een obligatie gedateerd 1624. Franck Gerrits de Vos zal gedurende zijn leven deze bedragen onder zijn beheer mogen houden zonder daar interest over te hoeven betalen. Pas na zijn overlijden zal dit geld mogen worden geïnd. Franck stelt als zekerheid 6 morgen en 262 roeden land. De schuld wordt ingelost in 1653 als zijn zoon Gherrit Francken, die in Wemellinghe in Zeelant woont, dit land koopt.

Nog vele acten

De acten waarin Franck Gerrits de Vos verder voorkomt zijn talrijk:

  • Franck Gheeritsz, wonend in West-Barendrecht; transporteert in 1626 een losrente van 16 gld 10 st jaarlijks over een hoofdsom van 300 gld aan Heijndrick Schrieck. Hij verbindt hieraan in het speciaal zijn huijs, berghen, ceeten en beteelinghe daer hij tegenswoordich in woonende is, staande op het land van Schrieck in het Oudeland van West-Barendrecht, dat aan de westzijde is belend aan Jan Aertsz wooninghe
  • Franck verkoopt bij akte in 1630 wederom een Iosrente, nu ter grootte van 62 Car,gld 10 st jaarlijks over een hoofdsom van 1000 Car gld aan de weeskinderen van Emerensia Couwael Heijndricxdr. Als zekerheid stelt hij 1 mr 400 r eigen land het Oude land van WestBarendrecht en 2 mr 198 r eigen land in het Nieuwe Bedijkte Land aldaar
  • In 1641 verkoopt de in West-Barendrecht wonende Franck Gheeritsz aan Marghrieta Frans Kivitsdr, huisvrouw van Ghijsbert van Sulen, wonende te Rotterdam, een losrente van 15 Car gld jaarlijks overeen hoofdsom van 300 Car gld. Als zekerheid stelt hij hiervoor 2 mr 3 h vrij eigen land in het Nieuwe Bedijkte Land van West-Barendrecht14
  • Bij akte van 27.6.1644 transporteert Franck 2 mr 300 r in het Nieuwe Bedijkte Land van West-Barendrecht aan deheer Jacob Muen, koopman te Enkhuizen. In deze akte compareren naast Franck Gheeritsz nog Anthonis Francken voor hem zelf en Claes Coenraetsz, als man en voogd van Lijntghen Francken, om een tegen dit land liggende aanwas of gors aan de koper op te dragents
  • Franck transporteert op 20.51647 aan schepen Pieter Matteeusz en diens zoon Matteeus Pietersz Velthoen, wonende in Oost-Barendrecht, 3 mr 97 r in de Ziedewij van OostBarendrecht16
  • In 1651 transporteert hij aan de te Rotterdam wonende Ulrick van Zoelen 2 mr 585 r in het Buitenland van West-Barendrecht”
  • In 1652 verklaart Franck 3350 Car gld schulden te zijn aan de kinderen en erfgenamen van Maerten Bastiaensz de Recht. Voor deze geldlening stelt hij 6 mr 262 r in de Zuidpolder als zekerheid. Dit land was reeds belast met een rentebrief van 1000 Car gld ten behoeve van doctor Crijstiaen van Zollents
  • Zo wordt in de kerkrekeningen over 1614/15 vermeld dat hij boter en kaas aan ene Pluentgen Aelderden - kennelijk een door de diakonie bedeelde inwoonster van Barendrecht - had geleverd23
  • Van de kerk van Barendrecht en de dijkgraaf en hoogheemraden pacht hij jarenlang een perceel van 1 mr 23 r.

Bronnen en verantwoording

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen