Rijshouwer, Familie

Uit FamilieWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Over de Rijshouwers, volgens een Antwerps boek zodenstekers, sinds mensenheugenis molenaars in de Alblasserwaard onder Rotterdam, later branders en distillateurs. Hoe ze overstappen van houten molens naar stenen bouwwerken die de eerste industrie aanjagen. Cornelis, de oudst bekende korenmolenaar, runt De Lelie, een molen in Puttershoek. De herbouwde molen bestaat nog. En dan zijn kleinzoon Pieter en zijn molen De Hoop, een van de oudste van Papendrecht. Over Johannis, korenwijnbrander en eigenaar van de korenwindmolen De Lelie (alweer die naam) in Rotterdam, grondlegger van branderij/distilleerderij Rijshouwer aan het Haagscheveer. Zijn molen wordt opgeslokt door het zich urbaniserende Rotterdam. Hoe Jan Rijshouwer socialiseert met de Rotterdamse elite in Sociëteit de Harmonie bij De Doele, met de mooie verlichte binnentuin. Van huisjesmelkers en over een ontroerend briefje van een stervende vader, en de innige band met de Van Vollenhovens.


Carte de visite van de op zijn 42e overleden kapitein Jakob Peter Rijshouwer(geboren 1839), grootvader van Elizabeth Frederika (Bob) Ekker. De foto is genomen als hij begin twintig is en nog 2e luitenant. Foto RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.
Afstamming: hoe de families in elkaar oplossen naar boven toe
De Haan-Swertz
Swertz-Ekker
Ekker-Rijshouwer
Rijshouwer
van der Sijden van Vollenhoven Offerhaus

Deze pagina beschrijft de voorouders van Regina (Gien) Rijshouwer (1869), moeder van Elizabeth Frederika (Bob) Ekker, en dochter van Jakob Peter Rijshouwer. Haar huwelijk met Derk Willem Ekker maakt dat de naam Rijshouwer verdwijnt bij haar verdere nazaten.

Inhoud

Rijshouwers; molenaars en distillateurs uit Zuid Holland

Regina (Gien) Rijshouwer (Gien) op 31 -jarige leeftijd

De oorsprong van de familienaam Rijshouwer is onduidelijk. Een van de vooralsnog twee verklaringen komt van de website van het Meertens Instituut, namelijk: Rijshouwer is de Nederlandse vorm van de Duitse naam Reisshauer, Reißhauer, die mogelijk duidt op herkomst uit Reisau in Silezië, tegenwoordig een Poolse regio, vroeger Duits.

Een andere verklaring is meer down to earth; het kan verwijzen naar werklieden die aan wallen werken, zogenaamde rijshouwers en zodenstekers. Deze term komen we tegen in het boek ANTWERPEN VERSTERKT. De Spaanse omwalling vanaf haar bouw in 1542 tot haar afbraak in 1870, hoewel de naam niet verder wordt verklaard.

De Rijshouwers zijn traceerbaar tot het midden van de zestiende eeuw. Van de vroegste generaties is weinig meer bekend dan een paar namen, jaartallen en plaatsnamen, maar wel veel referenties naar het molenaarschap. Molenaars moesten een eed afleggen voor de schepenen die schriftelijk vastgelegd werd.

Veel Rijshouwers zijn molenaars. Prent uit Spiegel van 't menschelyk bedryf van Jan en Caspar Luyken, (fotomechanische herdruk van uitgave 1767).

De belofte moest 'zwart malen' tegengaan; er moest namelijk belasting (impost) betaald worden voor het malen. De plicht om een 'missive' op te stellen gold voor beroepen die blijkbaar veel accijnzen opbrachten; molenaars, grutters, wijnkopers en tappers.

De belasting was een rechtstreeks gevolg van het zogenaamde windrecht; molenaars moesten belasting betalen over de wind die gebruikt werd (de windvang) om de molen te laten draaien. Als tegenprestatie zorgde de landheer ervoor dat er rondom de molen geen windbelemmering was.

Er heerste een verbod op bebouwing en hoge bomen en ingezetenen waren verplicht om hun graan op de molen van de landheer te laten malen (molendwang).

De Rijshouwers stappen in latere generaties over op het branden en distilleren. De stap is niet zo groot. Veel brandersmolens maalden graan voor branders die er moutwijn van stookten voor de jeneverindustrie.

De vroegste generaties
  • Lenaert Reyshouwer, timmerman en molenaar, geboren in 1565 in Schoonhoven. Hij huwt een dochter van Joosten.
  • Cornelis Reyshouwer is geboren in 1597 in Dordrecht. Hij overlijdt in 1630 in Dordrecht op een leeftijd van 33 jaren. Hij huwt Stijntgen Vonck uit 1602.
  • Leendert Molenaer/Rijshouwer, is geboren in 1625 in Dordrecht. Hij overlijdt in 1691 in Dordrecht op een leeftijd van 65 jaren. Hij huwt in1669 Grietje Jacobs in Groote Lindt. Ze is dochter van Jacob Jans en Heijltje Joris. Grietje is geboren in 1647 en overlijdt in 1713, beiden te Dordrecht. Cornelis Rijshouwer is hun zoon.

Cornelis Rijshouwer

De korenmolen De Lelie in Puttershoek. Vermoedelijk is Cornelis Rijshouwer (1672) van 1704 tot 1719 molenaar op de houten voorloper van deze molen. Foto/afbeelding: Commons Wikimedia.

Cornelis Rijshouwer, zoon van Leendert Molenaer/Rijshouwer is geboren in 1672 in Dordrecht en overlijdt in 1719 in Puttershoek op een leeftijd van 47 jaren. Hij huwt Barbara Houtingh, dochter van Arien Pieters Houting (Den Houting) en Anneke Willems. Zij is geboren ca 1670 te Oud Beijerland.

Cornelis is de oudst bekende korenmolenaar van de molenaarsfamilie Rijshouwer. Van 1704 tot 1719 is hij korenmolenaar op de molen 'De Lelie' in Puttershoek. Het is niet bevestigd of de huidige korenmolen De Lelie dezelfde is; die heeft immers bouwjaar 1836. Het kan zijn dat de houten molen toen afgebroken is om een stenen molen op te bouwen.

  1. (mogelijk) Cornelis Rijshouwer, naamgenoot van zijn vader, wordt in 1740 molenaar te Oud Alblas. Hij is gehuwd met Pieternella Jans Matena (ca. 1672).
  2. Leendert Rijshouwer (1695 - 1732). Hij huwt in ca. 1723 met Pietertje Van der Graaf, en wordt molenaar te Putterhoek.
  3. Arie Rijshouwer (1699 - na 1762) wordt in 1720 molenaar te Godschalkoord/Heinenoord.

Drie nakomelingen van Cornelis worden ook molenaars. De vraag is of Cornelis junior daadwerkelijk een zoon is van Cornelis sr. Bronnen spreken elkaar tegen.

Arie Rijshouwer

Arie Rijshouwer, zoon van Cornelis Rijshouwer is geboren in 1699 in Dordrecht. Hij overlijdt in Goidschalxoord. Hij huwt Antonetta Hartgoet, ook Hertgoet genoemd.

Bekend is dat hij in 1720 korenmolenaar in Goidschalksoord, Heinenoord is. Drie van zijn 12 nakomelingen worden ook weer molenaars.

  1. Hendrik Rijshouwer (1722) wordt in 1750 molenaar in Heinenoord
  2. Arie Rijshouwer (1725) wordt in 1760 molenaar in Mijnsherenland
  3. Pieter Rijshouwer (1728) wordt in 1759 molenaar in Papendrecht.

Pieter Rijshouwer (1728)

Oude kaart van Papendrecht met een aantal molens omcirkeld. In de uitsnede het icoontje van korenmolen 'De Hoop' van Pieter Rijshouwer in de Kerkbuurt. Linksonder Dordrecht (1767)
Oude kaart met de dijken van Papendrecht. Het icoontje van korenmolen 'De Hoop' van Pieter Rijshouwer is aangecirkeld en uitgesneden. De molen staat tussen dijkpalen 100 en 101 (kaart 1769)

Pieter Rijshouwer, zoon van Arie Rijshouwer is geboren in 1728 in Heinenoord. Hij overlijdt in Papendrecht. Hij is getrouwd met Teuntje de Jong, dochter van Arie de Jong en Aagje van der Lek. Van 5 kinderen is bekend dat die de volwassenheid bereiken:

  1. Antonetta Rijshouwer (1759, Papendrecht - 1819, Zuid-Beijerland), gehuwd met Johan Ariesz. Rijsoort
  2. Arij Rijshouwer (1762, Papendrecht - 1842, Rotterdam), gehuwd met Catharijna de Hoog (1766)
  3. Hendrik Rijshouwer (1767 - 1849), gehuwd met Jenneke Schorteldoek.
  4. Johannis Rijshouwer (1770, Papendrecht - 1851, Rotterdam)
  5. Aagje Rijshouwer (1765 - 1838, beiden Papendrecht), gehuwd met Teunis Jansz. van Os.

Pieter Rijshouwer wordt op 31-jarige leeftijd (1759) molenaar op de molen ‘De Hoop’, een van de oudste molens van Papendrecht. Volgens historica-schrijfster H.W.G. van Blokland-Visser op haar website stond deze molen in de 2e dorpskern van Papendrecht met de Kerk, het Huis te Papendrecht, de School, de Pastorie, een Herberg, een Bakker, een Smid en de Korenmolen.

In 1664 was de korenmolen nog van hout en zijn oorsprong gaat terug naar begin 17e eeuw. Of Pieter Rijshouwer eigenaar was van de korenmolen is niet bekend. Vaak worden molens verpacht en dan maar voor enkele jaren. De Rijshouwers krijgen wel steeds meer molens in bezit.

Zijn zonen Hendrik Rijshouwer(1767) en Johannis Rijshouwer (1770) worden ook molenaars. Hendrik neemt de molen 'De Hoop' over van zijn vader (zie het verhaal hieronder) en Johannis wordt molenaar en brander en distillateur op de korenwindmolen 'De Lelie'.

Hendrik Rijshouwer (1767)

Pieter wordt in 1805 opgevolgd op de korenmolen door zijn jongste zoon Hendrik Rijshouwer. Deze Hendrik laat de oude korenmolen "De Hoop" afbreken om een nieuwe grotere en hogere molen van steen te bouwen met meer maalcapaciteit.

Hij kondigt aan in de Dordrechtse Courant op 16 januari 1810:

De molenbuurt in Papendrecht met op de achtergrond korenmolen "De Hoop", inmiddels van steen en overgegaan van vader Pieter Rijshouwer op zoon Hendrik (begin 19e eeuw)
Op zaturdag den 27 january 1810, des namiddags ten 2 uren, zal Hendrik Ryshouwer, koornmolenaar. te Papendrecht in de herberg het Bruine Paard aldaar, aanbesteden, het timmerwerk voor een nieuwe steene molen, met deszelfs leverantie; alsmede het maken, vermaken en leveren van het, yzer-en staalwerk, alles, by bestekken breder omschreven, dewelke van nu te lezen liggen in genoemde herberg. Nader onderrigting te bekomen by den, bovengenoemden.

Als de molen opgeleverd is legt zijn zoontje Adriaan een gedenksteen met het opschrift:

Weleer was ik van hout
maar nu van steen herbouwd
en hoger vlucht gegeven.
Ik zoek het bestaan
in het malen van graan
zo nodig voor het leven.

Uit een inventarisatie van 1815 blijkt dat de molen 1200 zakken graan per jaar oplevert, wat veel is in die tijd.

Maria Veth (1829) en haar echtgenoot Pieter Anthonij Rijshouwer (1819), zoon van Hendrik Rijshouwer (1767). Pieter is korenmolenaar op de korenmolen 'De Hoop" en koopman in Papendrecht (foto's ca. 1880)

Hendrik overlijdt op 72-jarige leeftijd aan cholera, zes dagen nadat zijn vrouw Jenneke Schorteldoek door dezelfde ziekte dodelijk geveld wordt. Pieter Anthonij Rijshouwer, zoon van Hendrik, neemt de molen over van zijn vader en is succesvol, ook als koopman.

Pieter Anthonij Rijshouwer behoort tot de welgestelde inwoners van Papendrecht en zijn naam wordt genoemd in akten bij aanbestedingen als borg voor de aannemers in Papendrecht. Hij ontloopt de Nationale Militie door 'plaatsvervanging'; iemand anders gaat in zijn plaats in dienst, vermoedelijk betaald.

Als hij geld leent aan zijn broer Hendrik Johannes Rijshouwer, die een beschuitfabriek wil beginnen maar daarbij mislukt, raakt hij bijna failliet.

De molen 'De Hoop', eens de trots van het dorp, wordt in 1918 gesloopt. Er was te weinig werk, voornamelijk wegens de concurrentie van nieuwere stoom-aangedreven maalderijen.

Johannis Rijshouwer (1770)

Locatie van de korenwindmolen De Lelie/Lely van Johannis Rijshouwer in wat nu hartje Rotterdam zou zijn. Rond 1850 is de molen verbrand of verdwenen.

Johannis Rijshouwer, zoon van Pieter Rijshouwer, overgrootvader van Regina (Gien) Rijshouwer, is geboren in 1770 in Papendrecht. Hij huwt in 1795 in Oud-Beijerland met Adriana van der Sijden, dochter van Jan van der Sijden (1724), en Elisabeth Troost. Zij is geboren in 1767 in Heienoord. Haar familie wordt beschreven op de pagina Familie Jan van der Sijden.

Johannis en Adriana krijgen acht kinderen, waaronder;

  1. Jan Rijshouwer (1797 Zegwaart - 1851), gehuwd met Adriana van der Sijden.
  2. Teuntje Elisabeth Rijshouwer (1802 - 1858), gehuwd met Jan Boogaard in 1822, doctor in de geneeskunde.
  3. Pieter Rijshouwer (1809 - 1848), gehuwd met Anna Pietronella (Pitronella) Knops (1791, Oost-Indië -1864), woonachtig te Nieuwkuik. Volgens zijn militierapport is hij kantoorbediende en 1,67 m. lang, gemiddeld voor die tijd.

Adriana van der Sijden overlijdt in 1841in Rotterdam op een leeftijd van 73 jaren, haar man Johannis Rijshouwer in 1851 in Rotterdam op een leeftijd van 81 jaren.

Johannis is korenwijnbrander en eigenaar van de korenwindmolen De Lelie/Lely in Rotterdam. Hij deelt in 1810 het eigendom met Geertruij van der Linden, wed. van Pieter Paauw blijkens acte. Grappig dat de naam van de molen dezelfde is als die in Puttershoek van zijn overgrootvader Cornelis Rijshouwer.

Volgens de molendatabase is de molen gebouwd in 1750 of later, en staat die bij de (destijds genoemde) Binnenwegsepoort. Rond 1850 is de molen verbrand of verdwenen. Het is dus niet de huidige Rotterdamse molen De Lelie.

De molen 'De Oranjeboom' in Dordrecht die rond 1836 gerund wordt door Arij Rijshouwer, de broer van Johannis Rijshouwer. Hij moet er een hypotheek voor afsluiten terwijl zijn broer vermogend is. Foto: Regionaal Archief Dordrecht.

Opgeslokt door de stad

Verslag van de Staten Generaal in 1842 over het verzoekschrift vanwege 'windbelemmering' van de molen De Lelie, ingediend door Johannis Rijshouwer.

Door de bouw van een aangrenzend ziekenhuis vangt de molen minder wind. Hij en destijds mede-eigenaar L. Punt wenden zich in 1843 tot Zijne Majesteit met een verzoekschrift voor tegemoetkoming;

.. door den aanbouw van het stads-zieken- of gasthuis tot eene aanzienliike hoogte, eene groote belemmering van wind voor hunnen molen is te weeg gebragt, waardoor zij een aanmerkelijk nadeel in hun middel van bestaan ondervinden.

De Staten Generaal behandelt het verzoek maar onbekend is wat eruit gekomen is. Het tekent wel de spanning tussen de opkomende urbanisatie van Rotterdam en het platteland.

In 1829 verkrijgt Johannis drie huizen in Rotterdam van de erfgenamen van koopman Franciscus Marinus Netscher; een huis aan de Stadssingel buiten de Goudsche Poort en twee huizen met loods, tuin en plaats aan de Stadssingel NZ, buiten de afgebroken Goudsche Poort wijk O, 55. Deze huizen waren onderpand voor een schuld die Netscher had uitstaan bij Johannes Rijshouwer; ƒ 3200,- (gulden), destijds meer geld dan de waarde van de drie huizen samen.

Grappig dat de zoon van Netscher, Pieter Marinus Netscher, een van de 'vooraanstaande vrienden' wordt van Johannis' zoon; de brander Jan Rijshouwer. De familie Netscher brengt kunstschilders en militairen voort.

Zijn broer Arij Rijshouwer (1762) is ook molenaar. Van 1833 tot 1839 drijft hij 'De Oranjeboom' in Dordrecht blijkens een hypothecaire schuldverordening. De molen is eigendom van de heer Van Waardhuyzen en is de 19e eeuw afgebroken. Het lag in wat nu het centrum is aan de Spuiweg.

Jan Rijshouwer (1797)

Foto van het Haagscheveer in Rotterdam ca. 1920. In een van de eerste huizen rechts (wellicht niet zichtbaar) was rond 1859 het huis en kantoor van de distilleerderij van Jan Rijshouwer gevestigd. Het huidige na-oorloogse Haagseveer (kader) steekt er surrealistisch bij af. Bron zwart/witte foto: Pinterest.
Trouwacte van Jan Rijshouwer en Johanna van Vollenhoven (1827)

Jan Rijshouwer, zoon van Johannis Rijshouwer en grootvader van Regina (Gien) Rijshouwer, is geboren in 1797 in SeghWaert (Zegwaart), dat nu deel uitmaakt van Zoetermeer.

Hij trouwt met Johanna van Vollenhoven in 1827 in Rotterdam. Zijn vrouw Johanna is de dochter van Cornelis van Vollenhoven (1783) en Maria Elisabeth Havelaar. Zij is geboren in 1806 in Rotterdam. De voorouders van Johanna van Vollenhoven worden op de pagina Vollenhoven van, Familie beschreven.

Volgens de militieregisters is Jan Rijshouwer 1.68 meter lang, gemiddeld voor die tijd. Daar staat ook dat hij als jongvolwassene nog bij zijn ouders woont op de Binnenweg S 74/169 in Rotterdam.

Jan Rijshouwer overlijdt op 54-jarige leeftijd (1851) in Rotterdam, zijn vrouw een jaar eerder (1850) op een leeftijd van 44 jaren.


.

De wijnkoper Pieter van Vollenhoven (1828), getrouwd met Jans dochter Cornelia Rijshouwer (1833); overgrootouders van Mr. Pieter van Vollenhoven.
Hendrik Fredrik Schuurman Schimmel en zijn vrouw Helena Geradina van Outeren. Hendrik Fredrik is de broer van Johanna Eleonora Schuurman Schimmel, die met Jans zoon Johannes Rijshouwer (1831) huwt. Foto/afbeelding: [1].

Bekend is dat zij twaalf kinderen krijgen; van een aantal is verder niets bekend dan een geboortejaartal. Dat duidt vermoedelijk op de veelvoorkomende vroegtijdige dood van kinderen zoals bij zijn tijdgenoot Johann Carl Swertz. Op zijn 50ste wordt Jan Rijshouwer nog vader, maar helaas overlijdt het kind.

Uit de huwelijken van hun kinderen blijkt de innige band met de van Vollenhovens; twee dochters Rijshouwer trouwen met twee boers van Vollenhoven; ze zijn familie, namelijk 4e-graads neven en nichten. Ze delen alle vier dezelfde overovergrootvader Jan van Vollenhoven (1723).

De volgende kinderen behalen de volwassenheid.

  1. Adriana Johanna Rijshouwer (1828 ). Zij trouwt in 1853 met Johannes Adrianus Boogaard (1823) in Rotterdam. Ze wonen in de fraaie buitenplaats Huize Vreewijk in Leiden. Het fraaie neoclassicistisch gebouw bestaat nog. Ze heeft een tweelingzusje dat vermoedelijk jong is gestorven.
  2. Maria Elizabeth Rijshouwer (1829 Rotterdam - 1883). Zij trouwt met Willem Jan van Vollenhoven (1822), president van de rechtbank te Dordrecht, een achterneef. Hun zoon Cornelis van Vollenhoven (1874) wordt Leids hoogleraar staats- en administratief recht van Nederlands-Indië, Suriname en Curaçao.
  3. Johannes Rijshouwer (1831), gehuwd met Johanna Eleonora Schuurman Schimmel. Dochter Johanna trouwt met Johannes Theodorus de Monchy, telg uit een rijk Rotterdams geslacht.
  4. Cornelia Rijshouwer (1833 Rotterdam - 1904 Bonn). Zij trouwt met Pieter van Vollenhoven (1828), wijnkoper, broer van de echtgenoot van haar zus Maria Elizabeth, Een van hun zonen (Jacob Jan) wordt koffieondernemer in Djoenggo (Malang), een andere zoon (Willem Jan) is de grootvader van Mr. Pieter van Vollenhoven, echtgenoot van prinses Margriet van Oranje-Nassau. Deze Willem Jan is graanfactor (belast met de zorg en het verschieten van graan) en daarna medefirmant van Bingham & Co. N.V., zeilmakerij in Rotterdam en Schiedam, waar zijn zoon en kleinzoon ook zullen werken.
  5. Louise Jacoba Cornelia Johanna Rijshouwer (1835 - 1904), gehuwd met Adrianus Justinus van Ravesteijn (1824 - 1913), achterkleinzoon van de gelijknamige Adrianus Justinus van Ravesteijn, oprichter der firma Van Ravesteyn & Zoon, groothandel in koloniale waren, en bewindhebber van de West-Indische Compagnie.
  6. Jakob Peter Rijshouwer (1839 Rotterdam - 1882 Utrecht). Hij huwt Elisabeth Frederika (Betsy) Offerhaus, dochter van Hermannus Johannus Offerhaus
  7. Willem Jan Rijshouwer (1846)

De branderij en distilleerderij

Twee van de panden aan het Haagscheveer in Rotterdam waar het huis en het kantoor van de distilleerderij van Jan Rijshouwer gevestigd was. Via kruip- en sluipweggetjes (zoals links of de foto) moesten de huurders naar hun krappe ruimtes waar hele families woonden (midden 19e eeuw).

Jan Rijshouwer komt uit een molenaarsfamilie die in Rotterdam en omstreken een aantal molens bezit. Hij is grondlegger van de branderij/distilleerderij Rijshouwer die gevestigd is aan het Haagscheveer in Rotterdam, aan de Delftsche Vaart. Deze en veel andere informatie is ontleend aan Eric Eijgelsheim via de website van de familie Engelfriet.

In 1832 heeft Jan Rijshouwer Haagscheveer nr. 18 in gebruik als huis en pakhuis. Het pand op nr. 17 (destijds nr. 379) zal tot 1881 het kantoor zijn van de branderij. Veel familie woont ook in Rotterdam. Zus Teuntje Elisabeth Rijshouwer is gehuwd is met dokter Jan Boogaard en woont aan de Leuvehaven (wijk G, nummer 303).

Kennismaking met de van Vollenhovens

Vermoedelijk Cornelis van Vollenhoven (1690), betovergrootvader van Johanna van Vollenhoven, de vrouw van Jan Rijshouwer

Jan Rijshouwer socialiseert met andere vooraanstaande Rotterdammers in de Sociëteit de Harmonie bij De Doele, achter het Haagscheveer op maar tientallen meters afstand van de distilleerderij/branderij.

Een doelen was een oefenplek of schietbaan voor boogschutters en met geweer bewapende leden van de schutterij in de Nederlanden. Later werd de naam gebruikt voor een gebouw waarin boogschutters oefenden. Dergelijke gebouwen groeiden in de 17e eeuw, toen het belang van de schutterij afnam, uit tot sociëteiten waar de gegoede burgerij zich verpoosde.

De sociëteit de Harmonie bij De Doele is het brandpunt van het culturele en muzikale leven van Rotterdam. Naast de Herensociëteit worden er ook tentoonstellingen gehouden van schilderijen, handwerk en pluimvee, en De Doele staat bekend om zijn Vauxhall, een verlichte tuin met muziek.

De grote binnentuin van de sociëteit de Harmonie, daarvoor van het gilde Sint Joris Doele. Jan Rijshouwer frequenteerde deze sociëteit (begin 19e eeuw)

Zo komt Jan Rijshouwer in contact met Jacob van Vollenhoven (1788) en diens neef Cornelis van Vollenhoven (1783). Jan trouwt met een dochter van die laatste; Johanna van Vollenhoven.

De band met de van Vollenhovens wordt hecht. Twee dochters van Jan en Johanna trouwen met zonen van Jacob van Vollenhoven, Johanna's achterneef. Ook richten beide families in 1853 de branderij / distilleerderij Rijshouwer & van Vollenhoven op. De voorouders van Johanna van Vollenhoven worden verder op de pagina Vollenhoven van, Familie beschreven.

Jans overlijden

Jan overlijdt op 54-jarige leeftijd (1851). Dat is tragisch voor zijn nog levende vader Johannis (81), die een maand later sterft maar ook voor zijn eigen kinderen. Ze zijn de schok van het overlijden van hun moeder Johanna van Vollenhoven (1850) op 44-jarige leeftijd nog maar amper te boven als vader en grootvader kort achter elkaar overlijden.

Vijf maanden voor zijn overlijden schrijft Jan zijn dochters, waaronder Cornelia en woonachtig te Moordrecht, nog een briefje, overgenomen van Eric Eijgelsheims webpagina's;

Het slecht leesbare briefje dat Jan Rijshouwer zijn dochters stuurt vijf maanden voor zijn overlijden, ontcijferd door Eric Eijgelsheim
Handtekening van Jan Rijshouwer op voornoemd briefje
Lieve Kinderen!
Weder schrijven was mij regt aangenaam. Het is jammer dat 't weder niet beter is. 't is waar, alkeer zal 't wel 't zelfde wezen, doch .. is het vervelender.
Ik ben dood verkoude. Grootvader wordt beter, hijzelf vondt zijn toestand bedenkelijk, eenige dagen geleden.
Mijn vriend Rijckevorsel, heeft op zijn belangstellend verlangen, het portret van Mama wezen zien en heeft er mij van harte mee geluk gewenscht dat het zoo gelijkend was, de oogen waren het sprekend.
Met Ackersdijk* heb ik afgerekend met f. 155. en voor mijn tevredenheid heb ik ze een Bankje van f. 25. gegeven, na dat vooraf met Maria, te hebben overlegen.
Ik behoef u niet te zeggen, dat hij er regt mede te vrede en tevens hoogst mede vereerd was. Hij vroeg mij of de Familie te Moordt (Moordrecht? CHECK ), nog tot geen besluit gekomen was !
Volgaarne zou ik nog wat langer schrijven, maar .. (Blaauw? is niet duidelijk leesbaar CHECK ) .. iemand komt om mij te spreken.
Groet de lieve familie van mij. Jans, blijft trouw pillen innemen.
Uw liefh. Vader !
J. Rijshouwer.
Rdam, 7 Mei 1851
Vriend Abram van Rijckevorsel(1790), waar Jan Rijshouwer naar refereert in zijn briefje aan zijn kinderen.

Het portret van Mama Johanna, een jaar geleden overleden, wordt belangstellend bekeken door vriend Abram van Rijckevorsel (1790), een maatje van de sociëteit de Harmonie, koopman, politicus en adviseur van Koning Willem II.

Bij de uitvaart van Jan Rijshouwer is geregistreerd wie aanwezig was. Naast zijn eigen familie zijn er ook klinkende namen als 'Baron W. van de Borgh te Zevenbergen, Majoor Oudemans uit Arnhem en weduwe van Vollenhoven, Huize Heijdensteijn bij Renkum.

Neef Jan neemt het over

Na zijn overlijden gaat het bedrijf van 'onze' Jan Johannisz. Rijshouwer (zoon van Johannis) over naar zijn neef Jan Ariensz. Rijshouwer. Hun vaders zijn de twee broers Johannes en Arie.

Hoewel in 1811 Napoleon bij decreet verplichte registratie van een achternaam had bevolen, is het goed dat in die tijd het patroniem (zoon-van) nog gemeengoed was. Het is namelijk lastig om mensen uit elkaar te houden bij zo'n beperkte keuze aan christelijke namen (er waren nog geen Noa, Hopper, Infinity of Saharah-Jane). Voor het gemak blijven we Jan Johanniszn gewoon 'Jan' noemen in dit verhaal, en zijn neef ter onderscheid Jan Ariensz.

Fragment van de website van Eric Eijgelsheim, die verhaalt van zijn voorouders die onder 'de zaak' van Rijshouwer wonen. Het zijn vermakelijke taferelen die de tijdgeest goed weergeven.

In 1853 wordt de firma Rijshouwer & van Vollenhoven opgericht, waarin Jan Ariensz. Rijshouwer in deelneemt samen met Louis Jacob van Vollenhoven (1812), net als zijn zus Johanna van Vollenhoven een kind van Cornelis van Vollenhoven (1783)

De firma dient ten behoeve van enig onroerendgoed en de branderij / distilleerderij. Rond 1870 acquireert Jan Ariensz. Rijshouwer ook de branderij De Hoop (opgericht in 1792) en het bijbehorende pand aan de Baan in Rotterdam. In hetzelfde gebied is ook de smederij van Bartel Wilton gevestigd, waaruit het latere Wilton-Feyenoord is ontstaan. In 1881 ontbinden Jan en compagnon Cornelis Jan Rijshouwer de firma "J. Rijshouwer". De familie vindt het na bijna 50 jaar branden en distilleren welletjes en verhuist naar de Schiekade 114.

Op de website van de familie Engelfriet publiceert Eric Eijgelsheim veel verhalen uit die tijd; Jan Ariensz. was namelijk huisbaas van zijn voorouders. Hij verhuurde etagewoningen aan het Haagscheveer naast en boven zijn zaak, die opgesplitst waren in piepkleine ruimten voor meerdere families, destijds heel gangbaar. Het zijn vermakelijke taferelen die de tijdgeest goed weergeven. Deze verhalen staan op de pagina Eric Eijgelsheim

Handligting

Aan Willem Jan, 20-jarige zoon van de overleden Jan Rijshouwer en Johanna, wordt 'handligting' verleend; meerderjarigerechten (1866)

Willem Jan Rijshouwer (1846) is de jongste zoon van Jan en Johanna. Als deze beiden zijn overleden (1851) is hij pas 5.

Als hij 20 is wordt er handligting voor hem aangevraagd bij de kantonrechter. Daarmee krijgt hij als minderjarige wegens bijzondere omstandigheden toch de rechten van meerderjarigen.

Willem Jan is Commissionair in Assurantiën in Amsterdam en wordt beperkt door het feit dat de leeftijd voor meerderjarigheid in familierechtelijke en vermogensrechtelijke zaken 25 jaar is. De handligting geeft hem de bevoegdheid om zelfstandig overeenkomsten te sluiten en transacties te doen.

Ook kan de reden een huwelijk zijn, waarvoor hij zijn ouders geen toestemming meer kan vragen.

Om te huwen moet je als man 18 jaar zijn. Voor vrouwen geldt een grens van 16 jaar, in Nederlands-Indië 15 jaar. Je hebt echter wel de toestemming nodig van je ouders als je jonger bent dan 30 jaar.

Jakob Peter Rijshouwer (1839)

Carte de visite van J. P. Rijshouwer. Foto RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.
Portret van 2e luitenant veldartillerie Pieter Jan in de Betoü (geen familie). Datering, uniform en setting komen overeen met die van J. P. Rijshouwer.

Jacobus Petrus (Jakob Peter) Rijshouwer, zoon van Jan Rijshouwer, is de vader van Regina (Gien) Rijshouwer en grootvader van Elizabeth Frederika (Bob) Ekker. Jakob Peter is geboren in 1839 in Rotterdam. Hij is het eennalaatste kind en heeft vier oudere zussen, een oudere en een jongere broer.

Hij huwt Elisabeth Frederika (Betsy) Offerhaus in 1866 in Delfzijl. Betsy is geboren in 1847 in Delfzijl. Zij is de dochter van Hermannus Johannus Offerhaus en Hillechien (Giene) Stratingh. De familie van Betsy Offerhaus wordt verder beschreven op de pagina Offerhaus, Familie. Elizabeth Frederika (Bob) Ekker is vernoemd naar Betsy Offerhaus, haar grootmoeder.

Van vier kinderen van Jakob Peter Rijshouwer en Betsy Offerhaus is bekend dat ze de volwassenheid behalen:

  1. Johan Rijshouwer (1867, Vlissingen - 1951, Breda), in 1898 te Utrecht gehuwd 'met de handschoen' met Maria Mathilde van de Wall (1874). Hij is op dat moment gestationeerd in Kalwininq/Java, vermoedelijk dienend in het leger. Het echtpaar is in 1919 te Utrecht gescheiden.
  2. Regina (Gien) Rijshouwer (1869 Leiden - 1954 Den Haag). Ze huwt Derk Willem Ekker
  3. Hermanus Johannes Rijshouwer (1874, Zutphen - 1903, Utrecht)
  4. Cornelis Jan Rijshouwer (1877, Nijmegen), fabrieksdirecteur, gehuwd in 1905 met Isabella Johanna Nieuwenhuijzen, geboren in Padang Sidempoean.

Bij zijn trouwen is de 27-jarige Jakob Peter Rijshouwer nog 2e Luitenant der Artillerie. Drie jaar later, bij de geboorte van zijn dochter Regina, is hij 1e luitenant vesting artillerie. Bij de geboorte van Cornelis Jan in Nijmegen is hij 37 en inmiddels kapitein bij het derde regiment vesting artillerie.

tweemaal mogelijkerwijs Jakob Peter Rijshouwer (1839); links een portret in huis van het echtpaar Ekker-Rijshouwer, rechts de carte de visite elders op deze pagina.

Jakob Peter Rijshouwer overlijdt jong (1882, Utrecht); hij is pas 42 jaar oud. Het is wrang dat Jacob zo kort na zijn pensionering (hetzelfde jaar) overlijdt. Vroeg in de negentiende eeuw konden militairen soms al met pensioen als ze 42 jaar jong waren. De vraag is of hij uittreedt vanwege een ziekte, om zijn laatste dagen met zijn familie door te brengen, of dat hij overvallen is door een ongeval.

Leids Dagblad van 16 juli 1861. Z. M. heeft benoemd tot 2de luit. (...) bij de artillerie: bij het 3de regiment (...) J. P. Rijshouwer. Hij is dan ca. 22 jaar oud.

Er is een carte de visite bekend van ene J. P. Rijshouwer, in deze paragraaf afgebeeld. Het daguerreotype is typisch van rond ca. 1860 of kort daarna en het uniform is van een luitenant uit die tijd. Jakob's familie kon zich blijkbaar deze dure aanschaf permitteren, toch al gauw zo'n tien tot vijftien gulden.

Het kan haast niemand anders zijn dan Jacob Peter Rijshouwer die in 1860 begin twintig is en 2e luitenant, ook vanwege de sterke gelijkenis van het portret, qua uniform en setting, op dat van 2e luitenant veldartillerie Pieter Jan in de Betoü (geen familie), gedateerd 1858-1860. Er zijn verder geen andere J.P Rijshouwers aangetroffen in archieven.

Van zijn drie zonen zijn militierapporten bekend, keuringsrapporten voor de dienstplicht. Ze komen op als ze ca. 18-20 jaar oud zijn. Geen van hen heeft nog een beroep. Ze zijn alle drie lang voor die tijd. De twee oudsten zijn met ca. 1,80 m. zo'n 10 cm. langer dan gebruikelijk; de jongste zoon Cornelis is iets kleiner (1,77 m.) maar steekt nog ver boven het gemiddelde maaiveld uit.

Rouwadvertentie bij het overlijden van Jakob Peter Rijshouwer (1882)

Lichamelijk verschillen ze meer. Terwijl Johan en Hermanus blond zijn, heeft Cornelis bruin haar. Johan heeft grijze ogen, zijn broers blauwe. Johan, de oudste en langste wordt afgekeurd wegens niet nader omschreven lichaamsgebreken.

Jakob Rijshouwer wordt in zijn rouwadvertentie genoemd als gepensioneerd kapitein der artillerie. Hij is vermoedelijk vaak overgeplaatst. In een tijdsbestek van 10 jaar worden zijn kinderen achtereenvolgens in Vlissingen, Leiden, Zutphen en Nijmegen geboren.

Zijn vrouw Betsy overlijdt in 1925 in het huis van haar dochter Regina in Den Haag. Ze is dan al 37 jaar weduwe.

Stamboom Rijshouwer

De stamboom van de familie Rijshouwer. Personen met de achternaam Rijshouwer zijn grijs weergegeven. Er zitten veel Vollenhovens bij vanwege de innige band; zoek de drie huwelijksverbintenissen! De details zijn het beste te zien door het plaatje aan te klikken en als deze in de nieuwe pagina verschijnt wederom aan te klikken.

Rijshouwer ancestors.jpg

Fotogalerij Rijshouwers

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen