Altena, Familie

Uit FamilieWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
UNDER CONSTRUCTION
Afstamming: hoe de families in elkaar oplossen naar boven toe
Ekker
Altena
Weeling Seemsmaker

Deze pagina beschrijft de voorouders van Frederika Altena (1796), dochter van Egbert Altena (1756). Zij is voorouder van Elizabeth Frederika (Bob) Ekker. Door haar huwelijk met Evert Ekker (1793) verdwijnt de achternaam Altena bij haar verdere nakomelingen.

Inhoud

Geen Land van Altena

Het land van Altena (onder Gorinchem) op een kaart van Blaeu (1665). Onze voorouders hebben voor zover bekend geen relatie met het Noord-Brabantse adellijk geslacht Altena dat verbonden wordt aan dit goed. Foto/afbeelding: Wikipedia.

De Altena's hebben voor zover bekend geen relatie met het Noord-Brabantse adellijk geslacht Altena dat al in de 13e eeuw uitstierf. De heerlijkheid Altena, verbonden aan dit geslacht, leeft nog voort in het Land van Altena, een historische landstreek in het noorden van Noord-Brabant onder Gorinchem, tussen de twee grote rivieren (Noord en Zuid) en de Biesbosch ten Westen. Het wordt vaak met het nabijgelegen Heusden in een adem genoemd als het Land van Heusden en Altena.

Er is ook echter een streek rechts van Dusseldorf onder Dortmund AANVULLEN

Fijke Rombartus Altena (rond 1686)

Fijke Rombartus Altena is geboren rond 1686 in Goor in de provincie Overijssel, tegenwoordig behorend tot de gemeente Hof van Twente.

Hij huwt Henrica Seemsmaker, geboren in 1690 in Goor. Zij is de dochter van Egbert Seemsmaker (vóór 1666) en Catharijna (Trijnken) Caupers (Cuiper). De kinderen van Fijke Rombartus Altena en Henrica Seemsmaker zijn allen in Goor geboren:

  1. Arnoldina Altena (1712), huwt Jan ten Tije, alias Tie
  2. Egbert Altena (1713).
  3. Romphartus Altena (1715).
  4. Jan Hendrik Altena (1718, Goor), huwt Hendrika Everhart.
  5. Sophia Altena (1720).
  6. Barbara Altena, huwt Borrias (1725).

Fijke Rombartus Altena moet ergens vóór 1728 overleden zijn, in welk jaar zijn vrouw als weduwe wordt genoemd. Hij is minder dan rond 42 jaren oud geworden. Zijn vrouw overlijdt na 1758 op een leeftijd van meer dan 67 jaren.

Volgens het Twentebestand is Fijke Rombartus Altena in 1733 collecteur; een belastingontvanger of iemand die verantwoordelijk was voor de inning van vorderingen en belastingen. Er zijn enkele acten bewaard gebleven in het Rechterlijk archief der stad Goor (processen, 1547 - 1810). Het gaat om transportacten (verkoop van onroerend goed) en een hypotheekacte:

  • In 1721 verkrijgen Feijke Rombartus Altena en zijn vrouw Henrica Seemsmakers van de burgemeester van Goor Martinus Jaling en zijn vrouw Odilia Pothof een hypotheek voor het huis en hof,
alsmede den groten en ouden hof in 't Laar en het Waterland, met de visserije dat is gelegen bij het Meeken alhier binnen Goor gelegen, grenzende tussen de huizen van de verkoper ter eenre zijde en dat van de burgem. Jan Sprakel ter andere zijde, waar tegenwoordig Fijke Altena en zijn vrouw Hendrica Seemsmaker in wonen.
  • In 1728 verkoopt Henrica Seemsmaker, weduwe van Feike Altena, aan Willem Tangena en zijn vrouw twee stukken land genaamd het Waterland, gelegen aan de ene zijde van het Heijncksland en aan de andere zijde aan het land van de weduwe Tangena. Henrica Seemsmaker wordt geassisteerd door haar broer Willem Seemsmaker en Jan ter Plecht als momber (voogd) van haar onmondige kinderen.

Jan Hendrik Altena (1718)

Jan Hendrik Altena is geboren in 1718 in Goor, zoon van Fijke Rombartus Altena (rond 1686). Hij huwt Hendrika Everhart tussen 1750 en 1756, dochter van Jan Hindrik Everhart (Eberhard), geboren 1688 in Simmershausen, en Helena Berends, geboren rond 1705 in Ootmarsum. Jan Hendrik Altena en Hendrika Everhart huwen in 1724 in Denekamp en krijgen de volgende kinderen;

  1. Egbert Altena (1756 - 1814, beiden Oldenzaal).

Schoonvader Jan Henric de domestique

Het landgoed Singraven waar Jan Henric Eberhard bediende is nabij Denekamp in de gemeente Dinkelland. Foto/afbeelding: Boei.

Jan Hindrik Everhart (Eberhard), de vader van Hendrik Altena's vrouw Hendrika Everhart, wordt genoemd als domestique (huishoudelijk personeel) in de Volkstelling Stad en Gerigt Ootmarsum van 1748. Als Jan Henric Eberhard dient hij mevrouw de douairière (weduwe van adel) Sloet tot Singraven, ook de Heere Mevrouw van Singraven genoemd. Haar personeel bestaat uit negen domestiques of knegts of meiden die inwonen in haar huis.

Vermoedelijk is Hendrika Everhart zijn zesde kind. De "Geschiedenis van een Twentsche Havezathe Singraven" vermeldt dat Jan Henric Eberhard eerder al vier kinderen liet dopen in Denekamp, maar niet dat er in 1724 in Ootmarsum al een dochter was geboren.

Het landgoed Singraven waar Jan Henric Eberhard bediende is, ligt nabij Denekamp in de gemeente Dinkelland. Eerste bewoners van Singraven (letterlijk de grote gracht) zijn tot de 16e eeuw de Oldenzaalse Begijnen en de graven van Bentheim. Het in de tachtigjarige oorlog danig in verval geraakte huis wordt in 1651 volledig gesloopt en herbouwd door Gerhard Sloet tot den Oldenhof, destijds landrentmeester van Twente. Ondanks financiële problemen wisten de Sloets landgoed Singraven ruim twee eeuwen in bezit te houden.

Egbert Altena (1756)

Egbert Altena is geboren in 1756 in Oldenzaal, zoon van Jan Hendrik Altena (1718). Hij huwt Catharina Weeling in 1785 in Oldenzaal. Zij is geboren in 1749 in Amsterdam, dochter van Jan Weeling (1727) en Agneta Stork (zie ook de familie Weeling). Catharina Weeling huwt tevens Anthoni Frederik Mörser.

Kinderen van Egbert Altena en Catharina Weeling:

  1. Frederika Altena (1796 - 1853), huwt Evert Ekker (1793 - 1865).

Frederika Altena overlijdt in 1814 in Oldenzaal op een leeftijd van 57 jaren.

Bronnen en verantwoording

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen