Swertz-Verlinden

Uit FamilieWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Over Jans enige en jongere broer die altijd al politieman wilde worden. Hij klimt op in het Utrechtse politieapparaat en wordt hoofdinspecteur. Over zijn bonhomie en nooit zeggen ik ben ik. De vele anekdotes tijdens zijn loopbaan, van de Chinese kok die na een moord van het dak springt, verdwenen juwelen, en een snelheidsmeter op de fiets.


Carel Swertz op 16-jarige leeftijd. Foto 26 januari 1916, privé-archief C. F. A. Swertz, Bennekom.
Op achttienjarige leeftijd wordt Carel Swertz volontair bij de gemeentepolitie Breda; het begin van een loopbaan in het politieapparaat, privé-archief C. F. A. Swertz, Bennekom.

Inhoud

Jans jongere broer

Jan Swertz had één broer, de twee jaar jongere Johan Carel Maria (Carel) Swertz. Hij werd geboren in 1899 in Utrecht. Hun ouders zijn Johannes Fredericus Augustus (Frits) Swertz en Catharina Paulina (Cato) Armee. Ondanks zijn eerste voornaam Johan wordt hij Carel genoemd; zijn broer had doopnaam Joannes en werd Jan genoemd.

Van zijn vaders kant zijn er veel winkeliers en koopmannen met oorsprong in Limburg die op de pagina Swertz, Familie beschreven worden. Van zijn moeders kant zijn er de families Armee, Cohu en de Brieder. Carel Swertz (1932), de derde zoon van zijn gelijknamige vader Carel Swertz, heeft aan deze pagina uitgebreid meegewerkt.

In 1925 huwt Carel Swertz Francina Maria Rumolda Johanna Verlinden, geboren in 1903 in Utrecht. Samen krijgen ze vijf kinderen:

  1. Joannes Carel Franciscus (Jan) Swertz (1926, Utrecht - 2004, Kinshasa/Congo), geestelijke en missionaris.
  2. Rumoldus Johannes Maria (Ruud) Swertz (1929, Utrecht - 2011, Oegstgeest), gehuwd met Elisabeth Maria Röst.
  3. Carel Franciscus Aloysius Swertz (1932, Utrecht), gehuwd met Adriana van Dam.
  4. Johanna Henriëtte Maria (Joke) Swertz (1936, Utrecht), ongehuwd.
  5. Andreas Johannes Jozef Maria (André) Swertz (1947, Utrecht), tweemaal gehuwd; 1) Marianne Jacoba van Wijchgel en 2) Anita Elsa Marjolein van Laere.

Carel Swertz overlijdt jong in 1962 in Utrecht, enkele jaren na zijn pensionering, op een leeftijd van 62 jaren. Zijn vrouw Francina Maria Rumolda Johanna overlijdt in 1972 in Utrecht op een leeftijd van 68 jaren.

Die pet past mij best

tekst, privé-archief C. F. A. Swertz, Bennekom.

Als jongen wordt Carel Swertz gegrepen door het politievak. ln zijn jeugd logeert hij nogal eens in Breda. Meestal is hij dan in het perceel naast het huis van zijn gastgezin; het politiebureau, dat hem boeit. De sfeer van een levend vak maakt indruk op hem. Veel afwisseling, veel contact met mensen. De jongen wist wat hij wilde worden en hij werd het.

De penning van Carel Swertz met opschrift Inspecteur van Politie der Gemeente Utrecht, privé-archief C. F. A. Swertz, Bennekom.

ln Breda wordt hij op 12 november 1917 aangesteld als volontair bij de Gemeentepolitie. Na zijn militaire dienst en het behalen van het diploma adjunct-inspecteur van politie treedt hij op 1 oktober 1921 als zodanig in dienst bij de Gemeentepolitie Utrecht, zijn geboorte- en woonplaats.

Het hoofdbureau was toen aan de Ganzenmarkt gevestigd. Er was omstreeks 300 man personeel dat nog in twee ploegen - elk twaalf uur - werkte. De zondag was altijd een 24-urige(!) werkdag, omdat men anders niet kon wisselen van dag- en nachtdienst... Maar de adjunct-inspecteur kon zijn loopbaan beginnen in een drieploegenstelsel.

Een zekere bonhomie

Carel Swertz doorloopt een mooie loopbaan. Enkele tussenliggende punten uit zijn carrière: 1929 werkzaam bij de recherche; verbonden aan de politieopleidingsschool voor politie te Utrecht; chef economische recherche; 1948 hoofdinspecteur van politie; 1952 chef staf van de geüniformeerde politie; 1958 na ziekte-afwezigheid hoofd administratieve politie en later toegevoegd aan de hoofdcommissaris, belast met speciale diensten.

tekst, privé-archief C. F. A. Swertz, Bennekom.

Hij gaat mede als persvoorlichter optreden als de relatie pers/politie verstoord is. Utrecht kent dan nog vier plaatselijke kranten. Dat hij nog wel eens in de krant opduikt komt waarschijnlijk ook omdat hij in Utrecht erg bekend is en een zekere bonhomie heeft. Zijn naam duikt op bij veel gebeurtenissen, bij optochten, huldigingen, bezoek van Koningin Wilhelmina, tragische ongevallen etc.

Bij het personeel is hij zeer bemind. Daarin lijkt hij op zijn broer Jan Swertz, die in zijn ziekenhuispraktijk op handen werd gedragen.

Fransje Verlinden

Carel Swertz en zijn toekomstige echtgenote Fransje Verlinden leren elkaar tijdens een kerkelijke fancy fair kennen. Fransje is gekleed als Japanse Geisha en maakt een grote indruk op Carel. De ouderlijke woonhuizen liggen op enkele honderden meters van elkaar in het oudste gebied van de stad Utrecht, rondom het stadhuis.

tekst, privé-archief C. F. A. Swertz, Bennekom.

Fransje blijkt kennelijk een toegewijde leerlinge te zijn. Blijkens haar rapport uit de negende klas, november/januari 1918/19 krijgt zij voor vlijt een tien en is de beste van de klas; ze behaalt het hoogst mogelijke aantal punten: 154,5.

De ouders van Fransje Swertz-Verlinden waren Rumondus (Rum) Josephus Franciscus Maria Verlinden (8 september 1876 - 3 maart 1965, beiden Utrecht), en Anna Maria Hendrika van Rossum (28 juli 1870 - 18 april 1950, Utrecht). Fransje had alleen één oudere zus.

Rum verhuist de keizer

tekst, privé-archief C. F. A. Swertz, Bennekom.

Op 14 januari 1874 richt Fransjes grootvader J.F.C.A. Verlinden het verhuisbedrijf Verlinden op. Blijkens het adresboek 1883/1884 handelt het bedrijf onder de naam Fa F. Verlinden Utrecht-Zeist, expediteur binnen- en buitenland. Het krijgt al vroeg een telefoonaansluiting onder nr 247. De eerste verhuiswagen wordt in 1893 getrokken door paarden.

Op 1 oktober 1910 treedt de vader van Fransje, Rum genoemd, toe tot de firma. Hij maakt het bedrijf groter en gaat met zijn tijd mee. ln 1924 wordt de eerste automobiel-meubelwagen met aanhanger in gebruik genomen. Het bedrijf heeft in Utrecht een grote meubelopslagplaats aan het Merwedekanaal en een stalling voor wagens en paarden.

Ex-keizer Wilhelm II poseert in burgerkleding in zijn verbanningsoord Doorn (september 1933). Bron: Wikimedia Commons.
De gouden dasspeld in de vorm van een W die keizer Wilhelm II aan Rum schenkt. Privé-archief C. F. A. Swertz, Bennekom.

Kennelijk is het een gerenommeerd bedrijf; in 1919 verzorgt het de verhuizing van de inboedel van de uit Duitsland verdreven Duitse Keizer Wilhelm ll naar zijn verblijf in Doorn. Daar handhaaft Wilhelm II zijn vorstelijke status. Hij schenkt Rum een grote gouden dasspeld in de vorm van een W. "Huis Doorn" is nu een museum met o.m. herinneringen aan -en meubilair van- de voormalige keizer.

Tijdens de TweedeWereldoorlog smokkelt Rum een joods gezin in een verhuistransport naar Zwitserland. Het zit verstopt in een kleine ruimte tussen het meubilair. Het gezin is zo dankbaar Nederland ontvlucht te zijn, dat het de vlucht in de publiciteit brengt. Het gevolg is dat Rum direct na terugkeer in Utrecht wordt gearresteerd. Hij wordt geruime tijd in Kamp Vucht opgesloten en komt pas na een proces en betaling van een grote boete vrij.

Een hoofdinspecteur met pensioen

Bij de pensionering van Johan Carel Maria Swertz verschijnt een amusant levensverhaal in het Utrechts Nieuwsblad (15 oktober 1959) met de kop J. C. M. Swertz duikt in Utrechts verleden. Politieman gekenmerkt door opgewektheid en zin voor humor.

Hieronder een fragment van het artikel.

Nooit zeggen: ik ben ik

Artikel van 15 oktober 1959 uit het Utrechts Nieuwsblad; Een hoofdinspecteur met pensioen. Een deel van de tekst van dit artikel staat in deze paragraaf.
Zijn dagen als politieman zijn geteld en als u hem op de man af vraagt of hij dat leuk vindt, zegt hoofdinspecteur J. C. M. van de Utrechtse gemeentepolitie ronduit nee.
Organisatorisch heeft hij altijd zijn mannetje gestaan, maar dat hij zaterdag 31 oktober 1959 wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van zestig jaar het korps moet verlaten, kan hij niet wegorganiseren.
Hij zou het wel willen. Daarvoor is hij te veel gegrepen door het politievak. (...)

Opgewekt en vol humor

Wat ambtelijk, wat droog lijkt deze opsomming. Geheel in tegenstelling tot de persoonlijkheid van de scheidende functionaris, die gekenmerkt wordt door opgewektheid en zin voor humor. Met groot gevoel voor menselijke verhoudingen. Een uitspraak: Nooit op het standpunt staan van „ik ben ik", wij als inspecteurs kunnen niets bereiken als het personeel niet van goeden wille is.
Nog een uitspraak: Wat ik vind van het verdwijnen van de kraagnummers der agenten? Héél goed. Ze deden me denken aan een hond met een hondepenning. Het publiek zag de agenten als nummers. Men kon zo lekker klagen: Agent 242 heeft jij tegen me gezegd...
En nog een uitspraak: Of een agent dan jij mag zeggen? Om de hier-en-gunder niet. Hij is er voor het publiek en het publiek is er niet voor hem. Onze politietaak is bij uitstek een dienende functie. Daarbij behoort de agent zijn eigen stijl te ontwikkelen, waarin hij als mens onder mensen optreedt met de vereiste burgerlijke beleefdheid.
De bruingrijze ogen achter de hoornen bril kijken even ernstig als hij dit zegt. Hip – hip is de politiële afkorting voor hoofdinspecteur - strijkt met zijn hand over zijn zeer brede scheiding, als wil hij deze ernstige gedachten wegvagen.
Bij een terugblik op een leven vol menselijke contacten past wat vrolijkers. Hij heeft het: Uit vele herinneringen moet ik dit zeker vertellen. We hadden vroeger nog geen verkeerspolitie. Toch was er in de jaren twintig wel... snelheidscontrole! De agent Piet Katoen was er beroemd om. Op zijn fiets had hij een snelheidsmeter van een auto gemonteerd en daarmee controleerde hij de „vierwielige anders dan door paardekracht voortbewogen voertuigen."

Rooie Mina

Artikel van 21 mei 1935 uit het Utrechts Dagblad. Nadat een Chinese kok de hals doorsnijdt van zijn bediende springt hij zich dood van 14 meter hoogte. Citaat: Onmiddellijk na het droevige drama verscheen de inspecteur van de recherche, de heer J. C. M. Swertz (1935)
En in 1922 had de Utrechtse politie ook een auto. Merk Dürkopp. We noemden het ding Rooie Mina. De helmen zijn allang verdwenen. Vanwege hun gewicht waren ze niet geliefd. Maar op zon- en feestdagen moest men ze dragen. Ze hadden een grote kam. De nekklep ontbrak, maar anders zou het een fraaie brandweerhelm zijn geweest. Voor de brigadiers stond er nog een piek op. Uit zijn recherchetijd herinnert de heer Swertz zich nog de 1700 uit de rijksmunt verdwenen gouden tientjes. Na een jaar speurwerk - „maar rechercheurs moesten, zoals altijd het peeswerk doen” - legde men de hand op de dader.
Ook was er een grote juwelendiefstal uit het pand op de hoek van het Wilhelminapark, bij de huidige rotonde Burgemeester Reigerstraat. En een schilderijenzwendel. Verder belangrijk organisatorisch werk. De politiële regelingen bijvoorbeeld bij het officiële bezoek van koningin Juliana aan Utrecht in 1949, waaraan hij met commissaris Faber werkte.
In 1955 het tienjarig bevrijdingsfeest. In 1956 de universitaire bestuursfeesten. En, ook in 1956, de ontvangst van de Hongaarse vluchtelingen.
Onder dit alles wordt deze maand een dikke streep gezet. Drie burgemeesters heeft hoofdinspecteur Swertz meegemaakt! Fockema Andreae, Ter Pelkwijk en thans De Ranitz. Drie hoofdcommissarissen ook: Schuitewaker, Van Eijk en nu Offers. En drie politiemensen die er al waren toen hij kwam en die er, door jongere leeftijd nóg zijn: hoofdinspecteur H. Kiers. hoofdagent H. Hobbelink en commies mejuffrouw F. J. Scheeve. Negen namen, die voor de heer Swertz de wereld en het tijdvak aangeven,. waarin hij in een levend vak Utrecht en zijn inwoners wilde dienen. En diende

Fotogalerij Carel Swertz

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen