Nispen van, Familie

Uit FamilieWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Het wapen van de familie Van Nispen; In zilver een roodgetongde en genagelde groene leeuw, gedekt met een antieke rode kroon van vijf punten. Helm met groen zilveren wrong en zilver groen dekkleed. Helmteken: De leeuw uitkomende. Het dorpje Nispen heeft het in 1998 ook maar tot stadswapen gebombardeerd.
Afstamming: hoe de families in elkaar oplossen naar boven toe
Ekker
Stork
Craan
Breekpot
Grave > Haak
van Nispen
Breuseghem > Bollaert

Deze pagina beschrijft de voorouders van Maycke Abrahamsdr. van Nispen, overleden vóór 1662, dochter van Abraham Adriaens (overl. 1638). Maycke van Nispen is voorouder van Elizabeth Frederika (Bob) Ekker.

Door Maycke's huwelijk met Heyndrick Grave verdwijnt de achternaam Van Nispen bij haar verdere nakomelingen.

Inhoud

Dispuut over de afstamming

Met de Dordtrechtse tak van de Van Nispens waar de afgebeelde Margaretha van Nispen toe behoort, is geen connectie gevonden. Het zou gezien de beperkte kliek van gegoede Van Nispens in de Zuidelijke Nederlanden wel voor de hand liggen dat er enige relatie is met onze Vlissingse tak. Portret van de reder Gillis Hooftman (1521) met zijn echtgenote Margaretha van Nispen (1545). Ze staan in een kamer voor een tafel waarop een klok, handschoenen en een brief liggen (Maerten de Vos, 1570, Rijksmuseum).

De oorsprong van het patricisch en adellijk geslacht Van Nispen is omstreden. Wat vaststaat is dat Christiaen Abrahamsz., zoon van onze voorouder Abraham Adriaens (overl. 1638), de eerste is die zich consequent Van Nispen noemt, van waaruit de Nederlandse adellijke tak zich ontwikkelt.

In de 17e eeuw gaat een van zijn nazaten aan de Universiteit van Leuven studeren en bekeert zich tot het katholicisme. Zijn nazaten op hun beurt huwen binnen katholieke regenten- en adelsgeslachten.

Van wie precies Abraham Adriaens, vader van Christiaen Abrahamsz. van Nispen, afstamt, is niet onomstotelijk vastgesteld. Complicerende factor is dat Abraham, op één uitzondering na, nooit de naam Van Nispen hanteert en het daarom onzeker is of de toevoeging Adriaans een patroniem of geslachtsnaam is.

Er zijn drie solide onderbouwde reconstructies gemaakt van Abrahams afstamming, allen gepubliceerd in De Nederlandsche Leeuw. Rijksarchivaris Johan Fox, werkt zijn versie uit (1990) in reactie op een eerder artikel van Mr. G.J .J . van Wimersma Greidanus (1989), die op zijn beurt weer reageert op H.L. Kruimel (1983). Het is een lastig dispuut; alle drie komen ze tot andere voorouders.

Kaart van Bergen op Zoom van Blaeu uit 1652. In de uitsnede de Vismarkt en bij de rode pijl het hoekhuis Hof van Gelre waar Jan Claeszn., broer van Aert Claeszn., woonde.

Voorlopig hangen we hier de versie van Johan Fox aan met Aert Claussone (ca. 1480) als aartsvader. Fox stelt zich als buitenstaander objectief op en baseert zich op vanzelfsprekendere en realistischere aannamen dan Kruimel en Wimersma Greidanus. Laatgenoemde heren lijken geforceerd een verband aan te tonen met andere gegoede Nispentakken, zoals de Dordtrechtse tak.

Aert Claussone (ca. 1480)

Aert Claussone (zoon van Claus) is vermoedelijk ruim rond 1480 geboren in of rond Bergen op Zoom. Van zijn broer Jan Claussone, timmerman van beroep, staat in ieder geval vast dat hij afkomstig is uit het 14 km oostelijker gelegen dorpje Nispen, wat de latere geslachtsnaam Van Nispen mooi zou verklaren.

Aert Claussone wordt 12 februari 1501 ingeschreven als poorter van Bergen op Zoom en huwt Magdalene Petersdr. Hun kinderen zijn, volgorde onzeker:

Zo ziet het pand, waar Jan Claeszn. woonde, broer van Aert Claeszn., er nu uit. Hij had het van 1518 tot 1549 in eigendom, heette het Hof van Gelre en was gelegen aan de Vismarkt. Tegenwoordig staat het bekend als Hof van Gelder. De Vismarkt, oorspronkelijk de Huidenmarkt, veranderde rond 1930/40 van naam in Sint-Catharinaplein.
  1. Jan Aertzn.
  2. Adriaen Aertzn. (ca. 1515 - tussen 1568 en 1584), huwt mogelijk tweemaal; 1) Maria (Mayke) Marinsdr. van Oosten, 2) onbekende vrouw.
  3. Lynken Aertzn.
  4. Heylken Aertzn.

Aert Claussone overlijdt ergens vóór 7 februari 1527 volgens een rentebrief uit Bergen op Zoom. Zijn vier kinderen zijn dan nog minderjarig en komen onder voogdij van Aert Claussone's broer Jan Claussone, volgens een akte uit Bergen op Zoom:

als voight ende tot behoeff van Aerde Claussoene zijns broeders vier weeskinderen geheeten Jan, Adriaen, Lynken ende Heylken, dair moeder aff is Magdalene Petersdochter.

Broer Jan Claeszn is geboren rond 1477 en timmerman van beroep. Hij wordt van 1518 tot 1549 vermeld als eigenaar van het huis het Hof van Gelre aan de Vismarkt in Bergen op Zoom.

Adriaen Aertzn. (ca. 1515)

Adriaen Aertzn., alias Arents of Arentsen, zoon van Aert Claussone (ca. 1480), moet ergens ruim rond 1515 geboren zijn. Zijn tweede vrouw is mogelijk Maria (Mayke) Marinsdr. van Oosten, dochter van Marinus Janszn. van Oosten, timmerman, wiens vrouw misschien Digne heet.

Kaart met Bergen op Zoom en Steenbergen en de nieuwe vestingwerken. De kaart moet een kwartslag met de klok mee gedraaid worden om het Noorden boven te krijgen. De fortificaties waren onderdeel van de Eendrachtslinie, een van de oudste verdedigingslinies van Nederland om de omgeving tegen aanvallen van Spaanse troepen te beschermen vanuit Noord-Brabant (maker Claes Jansz Visscher, 1628)

Marinus Janszn. van Oosten is gegoed burger van Bergen op Zoom (poorter in 1548) en deken van het timmerliedengilde. Van de kinderen van Adriaen Aertzn. en Maria (Mayke) Marinsdr. van Oosten is alleen bekend:

  1. Abraham Adriaens van Nispen (ca. 1565 - 1638), huwt Digna Bollaert.

Adriaen Aertzn. is afkomstig van Bergen op Zoom, en wordt op 2 april 1540 poorter van Vlissingen, waar hij in een huurhuis woont aan de Lange Noordstraat; Zijn verhuizing heeft misschien te maken met de verslechterde economische omstandigheden in Bergen op Zoom.

Rond 1533 komt er een einde aan de periode van rust en economische bloei van Bergen op Zoom, die de stad kende door zijn bekende jaarmarkten. De handel loopt terug omdat de stad te lijden krijgt van oorlogen en verzanding van de Oosterschelde. Antwerpen, nu beter bereikbaar via water door de Westerschelde, neemt de rol van Bergen op Zoom over.

In Vlissingen wordt Adriaen Aertzn. vermeld als kramer en deken van de schutterij, in welke laatste hoedanigheid hij op 30 oktober 1559 betrokken wordt als Vlissingen een nieuw stadhuis nodig heeft.

Handtekening en koopmansmerk van Adriaen Arts, kramar tot Vlissingen (kramer in Vlissingen) onder een borgstelling uit ca. 1570. Adriaen treedt in het plaatsje Axel op als borg op voor Joorys Schepyns (ook Schepen). Bron: Gemeente-archief Axel.

Bij de uitoefening van zijn beroep begeeft hij zich in dezelfde markt als zijn zwager Christiaen Marinissen Cramer (van Oosten). Hij wordt namelijk ook genoemd als leverancier van spijkers aan koning Philips II in 1568, in zijn geval ten behoeve van herstelwerkzaamheden aan de gevangenis:

Betaelt Adriaen Aertszn. de somme van zesse ponden vijff scellingen zes penningen over de leveringhe van zeeckere nagels bij hem ghelevert binnen tijde dezer rekeninghe, zoe tot behouff van de ghevangenis als anders volgende zijn billiet ende quictancie hier overghelevert, ergo hier de voors (...)

Adriaen Aertszn. en zijn vrouw Maeycke Marinusdr. van Oosten staan dus maatschappelijk op vergelijkbare hoogte. Adriaen had een timmerman in Bergen op Zoom tot oom terwijl Maeycke's vader ook timmerman is.

Mayke van Oostens broers

Acht doopsgezinden worden in Amsterdam verbrand in 1549. Hetzelfde lot treft Hans Marinuszn. van Oosten met twee geloofsgenoten in 1569 in Amsterdam. Hans, broer van Mayke van Oosten, de vrouw van Adriaen Aertzn., schrijft zijn familie een roerende brief. Afbeelding van Jan Luyken uit 1685, Rijksmuseum.

Maria (Mayke) Marinsdr. van Oosten, vrouw van Adriaen Aertzn. heeft drie broers:

Jan levend verbrand en martelaar

Broer Hans Marinuszn. van Oosten, ook Jan Marijnszn genoemd, wordt vanwege zijn doopsgezinde geloof met twee geloofsgenoten veroordeeld tot de brandstapel.

De drie vrome schaepkens en navolgers Christi waaronder ook Hendrik Alewijnsz, een rondtrekkende prediker uit Vlissingen, en Gerrit Duynherder worden in 1569 gevangen genomen en na gemarteld te zijn op 9 februari 1569 in Middelburg levend verbrand.

De doopsgezinde Jacques d'Auchy neemt in 1558 in de gevangenis te Leeuwarden afscheid van zijn vrouw voordat hij terechtgesteld wordt. Afbeelding van Jan Luyken uit 1685, Rijksmuseum.

Hans (of Jan) Marinuszn. van Oosten is pas dertig jaar oud en schrijft een roerende brief enkele dagen voor hij de vuurdood moet ondergaan die hy uyt sijn gevangenis aen sijn lieve broeders en susters gesonden heeft. Hij laat een vrouw en dochter achter:

(...) ick bidde u doch vriendelijcken: wilt doch mijn kindt mede wat gade slaen, alsoo vele als gij maer kondt ende ick heb ’et Suster tot Vlissingen oock gebeden ende Christiaen oock (...)

Hij refereert in zijn brief expliciet naar zijn zuster Maria (Mayke) Marinsdr. van Oosten, die in Vlissingen woont, en zijn broer Christiaen.

De mennonieten winnen aanhangers in Middelburg en Zierikzee als Leenaert Bouwens, een doopsgezinde oudste, bij zijn zwerftochten in 1557 terecht komt in Zeeland. In 1566 volgt een korte periode waar andersdenkenden zich in de openbaarheid wagen. landvoogdes Margaretha van Parma lijkt genegen de geloofsverboden te versoepelen (de zogenaamde plakkaten) naar aanleiding van een Smeekschrift van 200 edelen.

Het is van korte duur. De bevolking klaagt over kooplieden, waaronder ook buitenlandse, die in Middelburg de gevoelens van deze sekte zijn toegedaan. De machthebbers voeren de vervolging op en gaan in 1567 stelselmatig (weer) op zoek naar gereformeerden maar ook mennonieten, met als resultaat de hechtenis en verbranding van Hans Marinuszn. van Oosten en zijn geloofsgenoten. Ze worden tegenwoordig beschouwd als martelaren.

Christiaen, kramer en voogd
Zicht op Vlissingen vanuit zee door Petrus Segaers, 1669 (Zeeuws Maritiem muZEEum). Christiaen Marinissen Cramer (van Oosten) woonde in 1577 in het huis de Flessche aan de Zuidstraat in Vlissingen. Deze straat is ergens in de zestiende eeuw hernoemd naar Beursstraat naar het daar opgetrokken Beursgebouw (zie uitsnede). Christiaen Cramer moet ergens links/achter de voorloper van het huidige Beursgebouw gewoond hebben.

Broer Christiaen komt voor als Christiaen Marinissen Cramer (van Oosten), zo genoemd vanwege zijn beroep van kramer, ook uitgeoefend door zijn zwager Adriaen Aertzn..

Afkomstig uit Bergen op Zoom wordt hij poorter van Vlissingen in 1569 en komt in 1579 voor als deken van de schutterij aldaar. In 1577 en 1578 blijkt hij als eigenaar het huis de Flessche aan de Zuidstraat in Vlissingen te bewonen.

Hij overlijdt in 1584 waarna zijn weduwe Digna Porrenaer hertrouwt in Middelburg met Simon Jaspers Parduyn (Perduyn), enkele jaren burgemeester van Middelburg en elders op deze pagina afgebeeld.

Christiaen is vermoedelijk daarvoor kort (enkele jaren) voogd van Abraham Adriaens van Nispen geweest, zoon van Adriaen Aertzn., en zal hem veel hebben nagelaten.

Eigenhandig geschreven kwitantie van Christiaen Marinissen Cramer van de betaling van spijkers. Foto Rijksarchief Zeeland

Het verklaart tenminste Abrahams plots toegenomen welvaart en de naamgeving van zijn zoon Christiaen. Blijkbaar blijven de banden ook hecht met Abrahams stiefoom; Simon Jaspers Parduyn is getuige in 1588 bij zijn ondertrouw.

Treffend voor de uitoefening van Christiaans kramersbedrijf is een rekeningpost uit 1568 die vastlegt dat hij voor ca. 33 pond spijkers voor 'de werken van de koning' (Philips II) heeft geleverd:

Betaelt Christiaen Mariniszn. de somme van driendertich ponden drie scellingen zes penningen over zeeckere leveringe van nagels ende anders, ghelevert tot behouff van ’s konincx wercken tot Vlissinghe binnen ’t jaer dezer rekeninghe, volgende zijn billiet ende quictancie hier overgelevert, ergo hier de voors (...)

Ook is er een eigenhandige kwitantie aangetroffen van Christiaen Marinissen Cramer aangetroffen van de betaling van (wederom) geleverde spijkers, deze keer bestemd voor geconfisqueerde huizen in 1576 (afbeelding).

Abraham Adriaens van Nispen (ca. 1565)

De handtekeningen van Abraham Adriaens (boven, in 1622), respectievelijk zijn zoon Christiaen Abrahamsz. van Nispen (in 1631).

Abraham Adriaens van Nispen, zoon van Adriaen Aertzn. (ca. 1515), is geboren in Vlissingen, ergens rond 1565. Hij huwt Digna Bollaert op 8 augustus 1588 in Middelburg. Zij is gedoopt in 1565 in de Sint-Walburgiskerk in Antwerpen en de dochter van Anthonis Anthoniszn Bollaert, een politiek en religieus fel bewogen calvinist, en Digna Piggen.

Zij krijgen de volgende kinderen (volgorde onzeker):

  1. Adriaen Abrahamsz. van Nispen, overleden vóór 27 maart 1637.
  2. Maria (Maycke) Abrahamsdr. van Nispen (vóór 1596 - vóór 1662), huwt Heyndrick Grave.
  3. Christiaen Abrahamsz. van Nispen, overleden in 1652 in Vlissingen, lakenkoopman in Vlissingen, huwt Josina van de Steenkiste.

Digna Bollaert wordt begraven na een huwelijk dat amper zeveneneenhalfjaar heeft geduurd; ze overlijdt op ca. 34-jarige leeftijd (1596) in Vlissingen. Abraham Adriaens overleeft haar meer dan veertig jaar en overlijdt in 1638, ook in Vlissingen.

Simon Jaspers Parduyn (Perduyn), enkele jaren burgemeester van Middelburg en door Prins Willem van Oranje kort voor hij door moordenaarshand valt tot notaris benoemd.Hij is getuige in 1588 bij Abrahams ondertrouw. Hij huwt de weduwe van Abrahams oom Christiaen Marinissen Cramer (van Oosten), broer van zijn moeder Maria (Mayke) Marinsdr. van Oosten. Zeeuwsch Museum.

Als Abraham Adriaens van Nispen huwt wordt getuigd dat hij een vrij j.g. was sonder ouders en voogden (een vrij jonggezel zonder ouders of voogden). Hij moet zijn ouders ergens vóór 1 mei 1584 verloren hebben; hun namen komen namelijk niet voor in de kerkrekeningen die vanaf die datum geregistreerd worden.

Na het overlijden van zijn moeder Maeycke, moet haar broer Christiaen Marinissen Cramer (van Oosten) zich over hem ontfermd hebben als voogd van moederskant tot zijn meerderjarigheid. Denkbaar is dat er bij het overlijden van vader Adriaen geen familielid van zijn kant bij de hand is om zijn plaats in te nemen en Abraham hierdoor nooit een voogd van vaderszijde heeft gehad.

Dit verklaart mogelijk ook het feit dat Abraham maatschappelijk en financieel de meerdere is van zijn vader Adriaen. Abraham kan zijn fortuin te danken hebben aan deze (kinderloze) oom en voogd Christiaen Marinissen Cramer (van Oosten); het stelde hem in staat zich maatschappelijk op te werken. Dit laat onverlet dat zijn vaders positie als deken van een van de drie schuttersgilden in Vlissingen niet onderschat moet worden.

Abraham Adriaens van Nispen is rond en na zijn huwelijk (1586) koopman in Vlissingen, pachter van de bierimpost (1586-1589) en collecteur van de verse vistol (1590). Hij is gegoed in Vlissingen en Breskens, Groede en West-Souburg, en gezworene van het waterschap Groede en Baanst (1618).

In 1637 schenkt hij zijn helft van een huis aan de Peperdijk te Vlissingen aan de Doopsgezinde gemeente in die stad.

Van doopsgezind via katholiek naar adel

3e generatie Adriaen van Nispen, kleinzoon van Abraham Adriaens via zijn zoon Christiaen Abrahamsz. van Nispen, is geboren in Vlissingen maar verhuist naar Leiden (poorter in 1643) waar hij lakenkoopman wordt.

Hoewel de familie Van Nispen van oudsher doopsgezind is zullen nazaten van Abraham Adriaens, via zijn zoon Christiaen Abrahamsz. van Nispen overgaan tot het katholieke geloof.

Abraham en zijn zoon Christiaen (2e generatie), lakenkoopman van beroep, zijn nog trouwe mennonieten en schenken in 1637 delen van hun huis aan de Peperdijk in Vlissingen aan de doopsgezinde gemeente.

Op zijn beurt treedt Christiaens zoon Adriaen van Nispen (3e generatie, overleden ca. 1654) op als leraar van de doopsgezinden in Middelburg. Hij is evenals zijn vader lakenkoopman. Gedurende enkele jaren oefent hij zijn bedrijf uit in Leiden, waar hij in 1645 huwt met Johanna van Hoogmade.

4e generatie Christiaen (Christianus Franciscus) van Nispen (1653), want jongste zoon van Adriaen vestigt zich definitief als lakenkoopman in Leiden. Zijn oudste broer Abraham (Amandus) ontfermt zich over hem na de dood van hun ouders. Abraham is in 1671 overgegaan tot het rooms-katholiek geloof en in Leuven gaan studeren, waar hij in 1675 tot priester wordt gewijd.

Vermoedelijk onder invloed van deze broer bekeert ook Christiaen zich in dat jaar tot het rooms-katholicisme, hoewel lijfsbehoud ook een reden kan zijn; als doopsgezinde waren je lijf en goed nooit zeker bij de voortdurende godsdiensttwisten. Nazaten van 4e generatie Christiaen van Nispen zullen huwen met katholieke regenten- en adelsgeslachten.

Bronnen en verantwoording

Uitgaven van De Nederlandsche Leeuw:

  1. H.L. Kruimel, De oudste generaties van het geslacht Van Nispen en hun verwanten, jrg. 100 (1983), 225 - 254.
  2. G.J.J. van Wimersma Greidanus, Het laatste woord over de Van Nispen-afkomst?, jrg. 106 (1989), 66 - 78.
  3. J. Fox, De ouders van Abraham Adriaens van Nispen, jrg. 107(1990), 2-21
  4. G.J.J. van Wimersma Greidanus, Het laatste woord over de Van Nispen-afkomst? (bis), jrg. 107 (1990), 21-35.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen